donderdag 25 juni 2015
OPZIENBARENDE UITSPRAAK VAN DE HAAGSE RECHTBANK
Het zal u niet ontgaan zijn dat de Haagse rechtbank op 24 juni jongstleden een zeer opmerkelijke uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2015:7145 heeft gedaan. De stichting Urgenda had samen met 900 burgers de rechtbank om een uitspraak over het Nederlandse klimaatbeleid verzocht. De rechtbank zegt in deze uitspraak dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990.
Volgens de rechtbank bestaat er geen discussie over de ernst van het probleem. En dan is de vaststelling: de staat doet niet wat de staat heeft beloofd. Dat heeft volgens de rechtbank niets met politieke stellingname te maken. Nederland vindt maatregelen tegen klimaatverandering noodzakelijk. De aarde zou met niet meer dan twee graden moeten opwarmen om ernstige droogte, overstromingen en voedseltekorten te voorkomen, zo is de wetenschappelijke consensus. De Nederlandse overheid denkt daar niet anders over dan Urgenda en de 900 burgers.
Over de uiteindelijke doelstelling is ook geen debat. Om die opwarming te beperken zou de uitstoot van broeikasgassen door geïndustrialiseerde landen in 2050 80 procent lager moeten zijn dan in 1990. Nederland en ook de Europese Unie hebben zich hieraan gecommitteerd. Dat betekent dat in 2030 de afname 40 procent moet zijn. Volgens de wetenschappers van VN-klimaatorganisatie IPCC zou de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 in 2020 25 tot 40 procent lager moeten zijn dan in 1990. Die conclusie is op zichzelf niet omstreden: Nederland en de Europese Unie erkennen dat. Toch is de harde EU-doelstelling voor 2020 niet verder gekomen dan 20 procent.
Nederland gaat zelfs dat niet halen: 17 procent is nu het hoogst haalbare. En nu komt het oordeel van de rechter. Als Nederland de zorgplicht voor zijn burgers serieus neemt, dan zou het klimaatbeleid moeten koersen op 25 procent, de wetenschappelijke ondergrens. Dat is minimaal noodzakelijk om burgers te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.
En nee, de rechter is dus geen activist. Want het besluit om nog meer te doen en, zoals Urgenda wenst, de uitstoot met 40 procent terug te brengen is wel een zaak van de politiek, vindt de rechter. Met talloze citaten uit rapporten, vergaderingen, protocollen en rechtstreeks uit de monden van Nederlandse bewindslieden onderbouwt de rechtbank deze redenering.
Ook op kritiek uit andere hoek is de rechtbank bedacht. Want als Nederland hoger wil inzetten dan de Europese afspraak van 20 procent tast het misschien de eigen concurrentiepositie aan. Het jaagt bedrijven het land uit naar landen die het minder nauw nemen met klimaatbeleid. Dat is geen steekhoudend argument, oordeelt de rechter. Sommige andere landen zíjn ambitieuzer. Dat schaadt hun bedrijven niet, zo blijkt. Bovendien: het lakse Nederlandse klimaatbeleid kost juist geld. De inhaalslag die Nederland moet maken op weg naar 2050 als het niets verandert, is onnodig duur. Nu meer maatregelen nemen is volgens de rechtbank efficiënter
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten