maandag 22 juni 2015

OPENBAARHEID VAN MILIEU-INFORMATIE

INLEIDING
Transparantie en openbaarheid zijn onontbeerlijk voor een goed en democratisch bestuur. Ook in het verkeer tussen burgers en bestuursorganen speelt openbaarheid van bestuur een belangrijke rol. Openbaarheid vormt dan ook een waarde op zich zelf. Dit geldt in het bijzonder voor milieu-informatie. Veel milieuverontreiniging heeft een sluipend en onopvallend karakter dat zonder toegang tot heldere informatie al gauw aan de aandacht van die burger zal ontsnappen. Een mondige burger die de kwaliteit van zijn leefomgeving wil beschermen moet ten slotte goed geïnformeerd zijn.

Om dit mogelijk te maken is in 1992 de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) in het leven geroepen. De wet is tot stand gekomen ter uitvoering van artikel 110 van de Grondwet en is in 2004 en 2005 ingrijpend aangepast bij de implementatie van het Verdrag van Aarhus en en een aantal EG-richtlijnen aangaande de openbaarheid van milieu-informatie.

DE WOB IN VOGELVLUCHT
De Wob maakt onderscheid tussen actieve en passieve openbaarheid. Actieve openbaarheid is het uit eigen beweging, ‘spontaan’ verstrekken van informatie en passieve openbaarheid is het op verzoek van een burger verstrekken van informatie. Het moet wel gaan om informatie uit documenten. Andere informatie hoeft niet te worden verschaft. Het moet bovendien gaan om een bestuurlijke aangelegenheid en het verzoek moet voldoende specifiek zijn. Toch kent de Wob geen zogenaamd documentenstelsel, maar een informatiestelsel. Er bestaat geen recht op inzage van het document zelf, maar alleen op de in dat document vervatte informatie.

Als de beperking van artikel 11 Wob of één van de absolute weigeringsgronden van artikel 10, eerste lid, Wob van toepassing is moet de de gevraagde informatie zonder meer worden geweigerd. Als één van de relatieve weigeringsgronden van artikel 10, tweede lid, Wob van toepassing is kan een belangenafweging tot weigering van de informatie leiden.

VERDRAG VAN AARHUS IN VOGELVLUCHT
Het verdrag van Aarhus is in 1998 door een commissie van de VN vastgesteld. Omdat de Europese Commissie hier lid van is, geldt het verdrag ook voor de lidstaten. Het Verdrag koppelt het recht op leven in een ‘passend’ milieu aan openbaamheid van milieu-informatie. De doelstelling van het Verdrag luidt dan ook: “Om bij te dragen aan de bescherming van het recht van elke persoon van de huidige en toekomstige generaties om te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn, waarborgt elke Partij de rechten op toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag. Hieruit volgt dat het verdrag op drie pijlers steunt:
  • Het recht op toegang tot informatie (1ste pijler); 
  • Inspraak bij besluitvorming (2de pijler); 
  • Toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (3de pijler). 
Dit blog beperkt zich tot de eerste pijler: de toegang tot milieu-informatie.

Er gelden vergaande openbaarmakingsverplichtingen voor bestuursorganen als een verzoek om informatie betrekking heeft op milieu-informatie. Deze verplichting gaat nog een stapje verder als die milieu-informatie betrekking heeft op emissies. Wat daar precies onder moet worden verstaan blijft echter een beetje vaag. Duidelijk is in elk geval dat die informatie zelfs als die betrekking heeft op zogenoemde industriële geheimen openbaar moet worden gemaakt.

DE WOB EN HET VERDRAG VAN AARHUS
In 2005 is met de publicatie in Staatsblad nr. 66 de Wet uitvoering Verdrag van Aarhus in werking getreden. De wet is de Nederlandse implementatie van de de Europese richtlijn 2003/4/EG Toegang van het publiek tot milieu-informatie, die weer een uitwerking is van het Europese Verdrag van Aarhus (1998). In het verlengde van de nieuwe wet zijn de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) aangepast. Samen vermelden de wetten een aantal eisen ten aanzien van de openbaarmaking van milieu-informatie waaraan overheden sinds 14 februari 2005 moeten voldoen.

Het verdrag stelt dat milieu-informatie van de overheid in principe altijd openbaar is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn voor geheimhouding. Dit geldt zowel voor de passieve als de actieve openbaarmaking. Wat dit laatste betreft is het artikel 19.1 sub c in de Wm toegevoegd, met een aantal eisen omtrent openbaarmaking van milieu-informatie uit eigen beweging door de overheid. De informatie dient in ieder geval geordend te worden aangeboden. Het digitaal aanbieden van informatie via het Internet is hiervoor het geëigende medium.

De Aarhus-regelgeving geldt voor alle milieu-informatie die vanaf 14 februari 2003 is geproduceerd. De meest opvallende kenmerken van het regime voor openbaarheid van milieu-informatie zijn:
  • Een grotere openbaarheid van milieu-informatie door wijzigingen van de uitzonderingsgronden (art. 10 Wob lid 4), hier is een absolute weigeringsgrond in een relatieve weigeringsgrond veranderd als het om vertrouwelijk aan de overheid meegedeelde informatie gaat, 
  • Een aanzienlijke verbreding van het begrip milieu-informatie (art. 19.1 sub a Wm) en 
  • Een verbreding van de institutionele reikwijdte van de Wob. 
Met dit blog is een globaal overzicht gegeven van de geldende regelgeving aangaande de openbaarheid van milieu-informatie. Het is echter ondoenlijk om in dit korte stukje een ook maar enigszins representatief overzicht van de materie te geven. Om een echt goed beeld te krijgen verwijs ik naar het “Handboek openbaarheid van bestuur” van Daalder uit 2011.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten