donderdag 28 maart 2013

NIEUWSBRIEF OMGEVINGSRECHT 2013-4

 
JURIDISCH NIEUWS
 
 
Uitbreiding toepassingsbereik OBM
Op 1 januari 2013 is het toepassingsbereik van de zogenaamde ‘Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets’ (OBM) behoorlijk uitgebreid. Door de introductie van de OBM moeten bedrijven voor bepaalde activiteiten een melding Activiteitenbesluit doen èn een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets aanvragen bij het bevoegd gezag. Het is de bedoeling van de OBM dat het bevoegd gezag vooraf instemt met het van start gaan van een bepaalde activiteit. Het bevoegd gezag kan geen voorschriften aan de OBM verbinden (artikel 5.13a Bor).
Een OBM moet worden aangevraagd voor activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is en voor activiteiten waarvoor een lokale toetst moet worden uitgevoerd. Het is niet altijd even duidelijk aan welke criteria moet worden getoetst in het geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling (art. 2.2a, lid 1 Bor) verplicht is. Het woord ‘vormvrij’ in artikel 2.2a, lid 1 Bor laat wel wat ruimte aan het bevoegd gezag. De ruimte kan zij ruim opvatten (door een uitgebreide m.e.r-toets uit te voeren) maar ook beperkt. Om een goede beoordeling conform artikel 2.2a, lid 1 Bor te maken dienen de voorgenomen activiteiten van de aanvrager getoetst te worden aan bijlage III van de Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. Wat trouwens ook het toetsingskader voor de reguliere m.e.r.-beoordelingen is.

Landbouwbedrijven en het Activiteitenbesluit
Sinds 1 januari vallen alle agrarische bedrijven onder het Activiteitenbesluit. De verplichting voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo volgt voor agrarische inrichtingen onder meer uit categorie 8.3 van onderdeel C van bijlage I bij het Bor. Artikel II E van het wijzigingsbesluit past deze categorie aan, waardoor voor minder agrarische inrichtingen een dergelijke omgevingsvergunning nodig is.Veel bedrijven vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit (type B-bedrijven). Zij hebben geen omgevingsvergunning milieu meer nodig. Een aantal bedrijven, zoals IPPC-bedrijven, heeft naast het Activiteitenbesluit nog wel een omgevingsvergunning milieu nodig (type C-bedrijven).
Voor een aantal agrarische activiteiten is eerst een OBM vereist voordat de algemene regels van toepassing zijn. Dit zijn activiteiten die op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo zijn aangewezen in artikel 2.2a van het Bor. De OBM wordt onder meer geweigerd indien het bevoegd gezag oordeelt dat er een milieueffectrapportage gemaakt moet worden. Deze weigeringsgrond staat in artikel 5.13b, eerste lid, van het Bor. In dat geval vervalt de plicht voor een OBM en moet een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo, worden aangevraagd. Als de OBM wordt verleend, zijn de algemene regels van het Activiteitenbesluit van toepassing.

Nieuwe windmolenparken
Het kabinet heeft in overleg met de provincies elf nieuwe plaatsen aangewezen waar windmolenparken met een vermogen van meer dan 100 megawat mogen worden gebouwd. Het gaat onderandere om de Eemshaven, Delfzijl, de N33 (van Assen naar Delfzijl), de Drenthse Veenkoloniëen, Wieringermeer, Flevoland en de Rotterdamse haven. Later dit jaar worden de locaties voor kleinere parken aangewezen. Uiteindelijk moeten alle windmolenparken samen een vermogen van 6.000 megawat gaan leveren
 
 
JURISPRUDENTIE
 
201206468/1/A1 27 maart 2013 Apeldoorn
Onbevoegde invordering van dwangsommen blijft een besluit
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat de Vierde Tranche Awb niet op het besluit van toepassing was. Volgens de Afdeling was er wel degelijk een besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb omdat het college gepretendeerd heeft een invorderingsbeschikking te nemen en dus beoogd heeft een rechtsgevolg in het leven te roepen én omdat het college de invorderingsbeschikking, ook nadat het de verbeurde dwangsom volgens het oude recht was gaan invorderen, gewoon in stand had gelaten.
 
20113207/1/A4 20 maart 2013 Deurne
Beoordeling geur en ammoniak bij mestverwerkingsbedrijven
Uit de Memorie van Toelichting bij de Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij volgt dat die wetten niet bedoeld zijn voor de beoordeling van geur respectievelijk ammoniak afkomstig van mestverwerkingsbedrijven. Ook de wettekst van beide wetten zelf heeft enkel betrekking op geur en ammoniak afkomstig van dierverblijven in veehouderijen. Het was tot nu toe dan ook bestendige jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak om de beoordeling van geur en ammoniak van mestverwerkingsbedrijven níet te beoordelen op grond van de Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij. In onderhavige uitspraak lijkt de Afdeling echter om te gaan. De Afdeling zegt hier dat appellanten in dit verband tevergeefs wijzen op artikel 2 van de Wgv. Het college heeft terecht gesteld dat uit dat artikel slechts volgt dat de Wgv een verplicht toetsingskader is, indien het gaat ome en veehouderij. Uit dat artikel volgt niet dat bij de Wgv niet kan worden aangesloten bij andere inrichtingen dan veehouderijen. De verwijzing naar de memorie van toelichting en de uitspraak van de Afdeling van 11 mei 2011 in zaak nr. 201004415/1/M2 leiden niet tot een ander oordeel. Er wordt jammer genoeg geen motivering gegeven waarom de Afdeling omgaat. Het zou dus nog steeds een vergissing kunnen zijn.
 
 

 
 
NATUUR EN MILIEU NIEUWS
 

Fossielebrandstoffen: afschrijvingen en subsidies
Om de doelstelling van een maximale temperatuurstijging van twee graden te halen zou er nauwelijks nog extra CO2 in de atmosfeer terecht mogen komen. Om dat werkelijk te halen moeten olie- en mijnbouwbedrijven het grootste deel van hun fossiele voorraden in de grond laten zitten. Het Internationaal Energie Agentschap en de milieuorganisatie "Carbon Tracker" stelt dat hooguit 20% van de nu bekende en winbare voorraad fossiele brandstoffen ook echt mag worden gebruikt als we de twee graden norm werkelijk zouden willen halen.
Dit zou betekenen dat oliemaatschappijen en kolenmijnbouwbedrijven miljarden zouden moeten afschrijven omdat ze hun beschikbare voorraden niet zouden mogen delven. Omdat de waarde van die bedrijven sterk gerelateerd is aan hun voorraden winbare brandstof zouden bedrijven als Shell en Esso zo'n 80% van hun huidige verliezen.
Er wordt nog steeds op grote schaal naar nieuwe fossiele brandstoffen gezocht. Het lijkt me dan ook niet zo waarschijnlijk dat bedoelde bedrijven dergelijke afschrijving op hun waarde zullen gaan door voeren. Dat zegt natuurlijk ook iets over het realiteitsgehalte van de maximaal toegestane twee graden opwarming.
Tegelijkertijd roept het IMF in een nieuw rapport op om de subsidies voor fossielebrandstoffen  af te schaffen. Volgens het IMF worden jaarlijks voor $490 miljard aan directe subsidie en voor $1900 miljard indirecte subsidie aan de olie- en kolenproducenten uitgekeerd. Vooral veel ontwikkelingslanden geven directe subsidies, maar de VS zijn met jaarlijkse indirecte subsidies van $500 miljard de absolute topsponsor.  De afschaffing van de subsidies zou meteen resulteren in een daling van 13% van de CO2 uitstoot.

Worden de koude winters in Noordwest Europa veroorzaakt door de opwarming?
Volgens het Potsdam-Institut für Klimatfolgenforschung (http://www.pik-potsdam.de/aktuelles/pressemitteilungen) worden de koude Europese winters van de laatste paar jaar veroorzaakt door de opwarming van de aarde. Door de hogere temperaturen smelt de ijskap. De donkere zee absorbeert de warmte van het zonlicht veel beter dan de oude ijskap die het zonlicht weerkaatste. In de herfst wordt die warmte vrijgegeven waardoor een hogedrukgebied ontstaat. Dit hoge drukgebied blokkeert de zogenaamde 'polar vortex', een krachtige wind die normaalgesproken rond de Noordpool cirkelt. Daardoor  kan koude poollucht ongehinderd naar het zuiden en dus naar Europa toestromen. Het lijkt erop dat we door de opwarming van de aarde nog meer koude winters kunnen verwachten.

zondag 10 maart 2013

NIEUWSBRIEF OMGEVINGSRECHT 2013-3

 
NATUUR EN MILIEUNIEUWS
 
Luchtvaartemissies
Er wordt in de ICAO al een jaar of vijftien gepraat over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door vliegtuigen. Een tijdje geleden besloot de Europese Unie dat vanaf 1 januari 2012 alle vluchten van en naar Europa onder het emissiehandelssysteem zouden vallen. Op 30 april moeten luchtvaartmaatschappijen officieel hun CO2-boekhouding op orde hebben, maar niets wijst erop dat dat ook echt gebeurt. De Amerikaanse Senaat verbood maatschappijen uit de VS zelfs per wet om aan het Europese emissiehandelssysteem mee te werken. De milieucommissie van het Europees Parlement heeft besloten dat het systeem het beste een jaar kan worden opgeschort. In april zal het voltallige parlement dit besluit vermoedelijk overnemen.

Kosten steenkoolcentrales
Volgens de Health and Environment Alliance (HEAL) kosten steenkoolcentrales de Europese bevolking 42,8 miljard euro per jaar aan gezondheidskosten. Het onderzoek stelt dat steenkool de meest klimaatonvriendelijke fossiele brandstof in Europa is. De auteurs van het rapport pleiten voor een verbod op de bouw van nieuwe steenkoolcentrales. Het aantal steenkoolcentrales terugdringen heeft niet alleen positieve gevolgen voor de volksgezondheid, maar ook voor het klimaat.
 
IJsvrije vaarroute langs de Noordpool
Dat de Noordelijke IJszee in de late zomer begaanbaar wordt, is al langer bekend, maar onderzoekers van de Universiteit van Californië hebben voor het eerst data over de verwachte klimaatverandering gekoppeld aan mogelijke scheepvaartroutes. Vanuit Rotterdam naar Japan is de route langs de kust van Rusland 40 procent korter dan die via het Suezkanaal. Wanneer direct over de Noordpool gevaren kan worden, neemt deze afstand met nog eens 20 procent af. Reguliere niet versterkte containerschepen wagen de oversteek nu ook al geregeld, maar de Universiteit van Californië verwacht dat de Noordpool over veertig jaar één van de belangrijkste scheepvaartroutes van de wereld is geworden.

De omstreden hockey stick over een periode van 10.000 jaar
De meeste reconstructies van de temperatuurveranderingen beslaan een periode van hooguit 2.000 jaar. In een recent onderzoek van de Oregon State University wordt voor het eerst het gehele Holoceen (de periode vanaf de laatste ijstijd) bij een reconstructie betrokken. (zie deze link) Uit het onderzoek blijkt dat in de laatste 150 jaar de snelste temperatuurstijging over deze periode heeft plaatsgevonden. Na een periode van temperatuurstijging (zo’n 2.000 jaar) veranderde er 4.000 jaar lang weinig, totdat een langdurige periode van daling inzette. Hieraan kwam pas met het begin van de industriële revolutie een einde aan. Sindsdien nadert de temperatuur de piek van die voorgaande elf millennia. De daaruit volgende grafiek lijkt verdacht veel op de beruchte hockeystick,

 
JURIDISCH NIEUWS

Advies Raad van State over automatische kentekenregistratie
Politie en Justitie willen al jaren een landelijk dekkend cameranetwerk boven de wegen om er criminelen mee te pakken. De Vrom-inspectie kan met dit systeem de afvaltransporten controleren. Oorspronkelijk waren de camera’s rond Amsterdam bedoeld om er vervuilende vrachtauto’s mee uit de stad te weren.
Het nieuwe systeem komt als geroepen voor een kabinet dat iedereen ‘veiligheid’ belooft. Sinds de terreurdreiging wordt de expansieve controlebehoefte van de overheid ook politiek weinig meer in de weg gelegd. Iedereen is bang. Totale registratie van ieders reisgedrag ligt op de loer. Zeker in combinatie met de database van de OV-chipkaart in het openbaar vervoer. Iedereen draagt straks feitelijk een elektronisch enkelbandje. Ook voetganger en fietsers kunnen via hun smartphone op de voet worden gevolgd. Wie had er ook alweer om een totaal burgervolgsysteem gevraagd?
De Raad van State is er behoorlijk kritisch over. Cruciaal is de uitholling van het onschuldbeginsel. „Door de grootschaligheid [...] bestaat het risico dat beduidend meer onschuldige personen op wier naam het voertuig staat, in de positie kunnen komen dat zij worden gerelateerd aan een misdrijf”. De burger zal zich straks vaker moeten verweren tegen valse verdenkingen en dito verdachtmakingen.
 
 
Raad voor de Wadden afgeschaft
De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel tot Intrekking Wet op de Raad voor de Wadden en de Wet op het Waddenfonds, Kamerstukken 33 222 aanvaard. Het Waddenfonds wordt gedecentraliseeerd naar de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland en de Raad voor de Wadden blijft niet langer als afzonderlijk adviescollege bestaan.
 
.
JURISPRUDENTIE

Vz ABRvS, 201210941/2/R2 en 201211172/2/R4, 15 februari 2013 (Zeeland)Het college van gedeputeerde staten van Zeeland heeft een Natuurbeschermingswetvergunning verleend aan Rijkswaterstaat Zeeland voor werkzaamheden voor het terugbrengen van het getij in het Rammegors, dat onderdeel is van het Natura 2000-gebied Oosterschelde. Een stichting naar Surinaams recht komt daartegen in beroep. De vraag doet zich voor of deze stichting wel als belanghebbende kan worden aangemerkt.
De voorzitter laat jammer genoeg in het midden of alleen rechtspersonen naar Nederlands recht als rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb kunnen worden aangemerkt. Volgens de voorzitter kan de stichting niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, omdat de door de stichting overgelegde notariële akten waarmee de percelen zouden zijn geleverd, dateren van na de voor de bestreden besluiten geldende beroepstermijnen (zie in dit verband de uitspraak van de Afdeling van 7 december 2011 in zaak nr. 200909566/1/R3). Bovendien heeft de stichting niet aannemelijk gemaakt dat de notariële akten zijn ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers, terwijl een dergelijke inschrijving op grond van het Burgerlijk Wetboek een vereiste is voor de levering, en daarmee de overdracht, van onroerende zaken.

Hoge Raad , 12/05273, 22 februari 2013 (Wassenaar)Iemand die zich benadeelt voelt door een uitspraak van de Raad van State hoopt via de Hoge Raad als nog zijn gelijk te halen. Het beroep kon echter niet tot cassatie leiden, omdat het is gericht tegen een uitspraak van de Voorzitter van de ABRvS in een bestuursrechtelijk geschil. De Hoge Raad is van oordeel dat, gelet op art. 78 lid 1 RO en art. 78 lid 4 RO, verzoeker in zijn beroep niet kan worden ontvangen, nu het zich richt tegen een uitspraak van de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en geen wettelijke bepaling cassatieberoep tegen de bestreden beslissing openstelt.








dinsdag 5 maart 2013

NIEUWSBRIEF OMGEVINGSRECHT 2013-2

 
 

 Jurisprudentie
 
Overgangsrecht en bevoegd gezag bij maatwerkvoorschriften
ABRvS 21 november 2012, nr. 201204164/1/A4 (Noordoostpolder)
Bij besluit van 3 januari 2012 heeft B&W maatwerkvoorschriften opgelegd ten aanzien van de geluidbelasting van een windmolenpark. Volgens appellanten was B&W op grond van het overgangsrecht hiertoe niet bevoegd.
De hoofdregel van het in art. 1.2 Invoeringswet Wabo opgenomen overgangsrecht is dat besluiten die onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Wabo onherroepelijke rechtskracht hadden, worden gelijkgesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in art. 2.1 lid 1 Wabo. Was op 1 oktober 2010 (datum inwerkingtreding Wabo) nog geen sprake van onherroepelijke rechtskracht, dan geldt in de regel dat op het desbetreffende besluit het recht van toepassing blijft zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Wabo.
Op het moment dat de maatwerkvoorschriften door B&W werden opgelegd was er, volgens appellanten, nog geen sprake van een onherroepelijke milieuvergunning voor het windmolenpark. Op dat moment was gelet op het overgangsrecht dus het oude recht van toepassing en onder vigeur van dat oude recht waren GS het bevoegde gezag ten aanzien van de onderhavige milieuvergunning en volgens appellanten ook het bevoegd gezag voor de maatwerkvoorschriften. De Afdeling is echter van oordeel dat het overgangsrecht enkel ziet op de milieuvergunningen en niet op de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen. Nu het stellen van maatwerkvoorschriften een afzonderlijk besluit is, is volgens de Afdeling na inwerkingtreding van de Wabo B&W daartoe in het onderhavige geval bevoegd.
 
Motivering verkeersbesluit
Rb Haarlem, 7 november 2012, nr. AWB 12/2120 (Waterland)
De motivering van een verkeersbesluit dient in ieder geval de doelstelling van de maatregel te bevatten. Ter zitting heeft B&W toegelicht dat de verlichting van de beperking van zwaar verkeer in de Dorpsstraat voortkomt uit handhaafbaarheid. Een geslotenverklaring met uitzondering voor bestemmingsverkeer was niet handhaafbaar. Met deze aanvulling ter zitting acht de rechtbank het motiveringsgebrek hersteld. B&W heeft in redelijkheid tot het besluit kunnen komen. Beroep is gegrond, en het besluit wordt vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen.
 
 
 
Juridisch nieuws
 
 
Concepttekst Omgevingswet
De eerste, volledige concept-wetstekst van de Omgevingswet is op 28 februari verschenen. Deze toetsversie wordt voor formele consultatie voorgelegd aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en SKVV en aan toetsende instanties als Actal, Raad voor de Rechtspraak en het Planbureau voor de Leefomgeving. De toetsversie zal ook met onder meer het bedrijfsleven (VNO-NCW, MKB Nederland) en met natuur- en milieuorganisaties worden besproken.
 
De helft van de bouwaanvragen deugen niet
Uit onderzoek van de gemeente Eindhoven komt naar voren dat de helft van de bouwaanvragen niet correct was. Het ging dan bijvoorbeeld over het niet volledig inleveren van alle stukken, het ontbreken van gegevens van de hoofddraagconstructie, het niet voldoen aan het bestemmingsplan, tegenstrijdigheden in de tekeningen etc. Het betrof geen aanvragen van particulieren maar van architecten, ontwikkelaars en bouwers.
 
Inspectie Leefomgening en Transport
Rijkswaterstaat en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) hebben per 1 januari 2013 een deel van de taken van Agentschap NL op het gebied van milieu en leefomgeving overgenomen.
Rijkswaterstaat Leefomgeving krijgt alle taken op het terrein van afval, bodem en ondergrond, broeikasgassen, F-gassenverordening, gebiedsontwikkeling, klimaatbeleid, materialen, mobiliteit, openbare verlichting en milieuwet- en regelgeving. Hieronder vallen ook de taken van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen, Bodem+, Kenniscentrum InfoMil en Gemeente Schoon.
De ILT concentreert zich op vergunningverlening voor de Europese Verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) en het Besluit inzamelen Afvalstoffen (BIA) en Productbesluiten Afval (PBA).
 
Intensieve veehouderij en volksgezondheid
Kamerstukken II 2012/13, 28 973, nr. 129
Met Kamerstukken II 2012/13, 28 973, nr. 129 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken het advies over de gezondheidsrisico's rond intensieve veehouderijen aan de Tweede Kamer aangeboden, en aangegeven mogelijk voor 1 maart 2013 een beleidsreactie te geven. Het advies is tot stand gekomen vanwege toenemende maatschappelijke ongerustheid over de intensieve veehouderij, onder meer door een uitbraak van de Q-koorts. Vervolgens is in september 2011 advies gevraagd aan de Gezondheidsraad. Er is gevraagd om een beoordelingskader en om advies over eventueel te stellen normen en te nemen maatregelen wat betreft afstanden. Uit de samenvatting blijkt dat de commissie adviseert om te werken met emissiegerelateerde minimumafstanden die niet alleen zijn gebaseerd op geurafstand. Daarnaast zijn maatregelen om de emissie van deeltjes uit stallen terug te dringen nuttig, zoals mogelijk is via luchtwassers en via informatie over nieuwe vormen van bedrijfsvoering, bedrijfshygiëne en verduurzaming.

De Wet plattelandswoningen
Per 1 januari is de wet plattelandswoning van kracht geworden. deze wet regelt enerzijds dat de milieunormen die van toepassing zijn op een bedrijfswoning bij een boerderij ook gelden wanneer deze agrarische woning wordt afgesplitst van de boerderij. Voor nabijgelegen bedrijven vindt dus geen aanscherping van de milieueisen plaats zoals normaal gesproken bij burgerwoningen het geval zou zijn. Voor door burgers bewoonde plattelandswoningen gelden dus dezelfde eisen voor luchtkwaliteit en geluid als voor boerenwoningen.
Daarnaast biedt de nieuwe wet de mogelijkheid aan gemeenten om in bestemmingsplannen de bestaande knelpunten op te lossen en om vooruitlopend op toekomstige ontwikkelingen te bepalen dat een agrarische bedrijfswoning door derden mag worden bewoond, zonder dat de nabijgelegen boerderij hierdoor (verder) wordt belemmerd. Daarbij dient de karakteristiek en de ontwikkeling van het platteland, de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en van het landschap, de leefbaarheid van het platteland en de gezondheidsaspecten onder andere te worden betrokken. Gemeenten kunnen plattelandswoningen toestaan door deze als zodanig te bestemmen of door het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan dan wel door een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Door een paraplubestemmingsplan vast te stellen kan de gemeente dit voor het gehele buitengebied binnen de gemeente regelen.
 
Activiteitenbesluit 
Staatscourant 2012, 21524
Bij besluit van 31 oktober, Stb. 2012, 558 wordt de werking van het Activiteitenbesluit verbreed. De wijziging beslaat de derde tranche van de tweede fase van het project ter modernisering van algemene regels, en brengt nog meer vergunningplichtige activiteiten onder de werking van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. In deze fase gaat het om activiteiten in de rubber- en kunststofverwerkende industrie, in de voedingsmiddelenindustrie, in schietinrichtingen (binnenschietbanen en paintballinrichtingen), in de betonindustrie, in de grafische industrie en inrichtingen voor onder meer het onderhouden, repareren en reinigen van spoorvoertuigen. Ook het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties gaat over naar het Activiteitenbesluit.
 
Besluit omgevingsrecht en het Activiteitenbesluit 
Staatscourant 2012, 21373
Besluit van 13 oktober, Stb. 2012, 552 wijzigt het Besluit omgevingsrecht en het Activiteitenbesluit en trekt vier algemene maatregelen van bestuur in. Ingetrokken worden het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A (met ingang van 1 januari 2016), het Besluit emissie-eisen titaandioxide-inrichtingen, het Besluit verbranden afvalstoffen en het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer.
Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de verplichting om 7 januari 2013 de Richtlijn industriële emissies te hebben geïmplementeerd. De nieuwe Richtlijn industriële emissies trekt zeven richtlijnen op het terrein van industriële emissies in en biedt verduidelijking en vereenvoudiging in termen en definities.

 
 
Natuur en milieunieuws
 
CBS en klimaatverandering
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat door klimaatverandering ook de populatie van veel dieren die nauwelijks last zouden moeten hebben van de verandering afneemt. Vooral koudeminnende dieren en 'neutrale' dieren vertrekken uit Nederland of gaan dood; warmteminnende dieren zijn juist aan een opmars bezig.
 
Biobrandstof en ILUC????
Het leek de Europese Commissie een prima idee. Met een bijmenging van 10 procent biobrandstof aan fossiele brandstoffen zou een flinke bijdrage aan de 'vergroening' van de Europese energievoorziening worden gebracht. De richtlijn voor biobrandstof (2009/28/EC) moest hier een flinke aanzet voor geven. Helaas bleek al gauw dat ILUC roet in het eten gooide.
ILUC, is een afkorting die verwijst naar ‘Indirect Land Use Change’. ILUC gaat over het gebruik van de landbouwgrond waar de voedselproductie is vervangen door de productie van biobrandstof.
Inmiddels zijn veel Europese boeren koolzaad en andere gewassen waaruit brandstof gemaakt kan worden gaan verbouwen. Omdat mensen niet minder gaan eten, moet er elders extra voedsel worden geproduceerd. Ook varkens- en pluimveehouders moeten hun veevoer nu uit andere landen halen. Er wordt meer Braziliaanse soja dan ooit geïmporteerd, waarvoor dan weer wel tropisch regenwoud moet worden gekapt. Als bossen worden gekapt, zorgt dat voor extra uitstoot van CO2 en daar is het klimaat dus helemaal niet mee gebaat. 
De Europese Commissie krijgt door dat er iets mis gaat, en besluit om de richtlijn te gaan aanpassen. Zie: http://www.ecofys.com/files/files/ecofys_2012_grandfathering%20iluc_02.pdf. De belangen van de biobrandstof industrie met een omzet van circa 17 miljard euro per jaar, staan daar nu echter wel aan in de weg. Ik betwijfel dan ook of er werkelijk serieuze aanpassingen verwacht mogen worden.
 
Historische verantwoordelijkheid voor broeikasgassen
Al in 1992 toen de 'United Nations Framework Convention on Climate Change' werd aangenomen werd op basis van de 'vervuiler betaalt' afgesproken dat de landen die in het verleden de meeste broeikasgassen hadden uitgestoot ook de grootste verantwoordelijk zouden dragen voor de reductie van die gassen. De zogenaamde 'historic responsibility'. Het idee was dat de geïndustrialiseerde landen meer zouden moeten bijdragen dan de ontwikkelingslanden.
Maar twintig jaar later bestaat er nog steeds geen consensus over de vraag hoe die 'historic responsibility' nou moet worden uitgelegd. Volgens Mathias Friman van de Universiteit van Linköping wordt het beginsel op twee manieren uitgelegd:
  • Aan de ene kant is er de proportionele verantwoordelijkheid, waarbij de landen die de meeste broeikasgassen hebben uitgestoten de grootste lasten dragen.
  • Aan de andere kant is er de morele verantwoordelijkheid, waarbij de landen met het grootste brutonationaal produkt het meest moeten bijdragen.
In beide gevallen wordt de grootste bijdrage van de geïndustrialiseerde landen verwacht. Bij de morele verantwoordelijkheid moeten echter ook de nieuwe economiën hun steentje bijdragen. Volgens Friman laait de discussie over de juiste uitleg de laatste tijd steeds meer op.