donderdag 16 mei 2013

NIEUWSFLITS



JURIDISCH NIEUWS

De opslag van gevaarlijke stoffen nog steeds een gevaarlijke zaak
Van de 108 bedrijven die volgens een rapportage van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op 7 juni 2012 niet voldeden aan de brandveiligheidseisen bij de opslag van gevaarlijke stoffen, voldeden 62 bedrijven op 25 april 2013 nog steeds niet. Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) heeft de lijst met de actuele situatie van de 108 bedrijven vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. Zie in dit verband: Stand van zaken naleving brandveiligheidseisen bij opslagen van gevaarlijke stoffen.

Twee derde van de luchtwassers bij veehouderijen in Noord Brabant niet in orde
Uit een nalevingsonderzoek van het Brabantse Servicepunt Handhaving (SEPH) blijkt dat bij twee derde van de gecontroleerde veehouderijen de luchtwassers niet op orde waren. Tegelijkertijd bleek dat ook de controlefrequentie niet helemaal op orde was. Hoewel afgesproken was dat in 2011 en 2012 alle 1100 veehouderijen met een luchtwasser zouden worden, bezocht hebben slechts de helft van de bedrijven een controleur over de vloer gehad.

Permanente Cris- en herstelwet in werking De verlengde Crisis- en herstelwet (Chw) is vanaf 24 april in werking getreden. De wet is gepubliceerd in het Staatsblad van 24 april 2013. De Eerste Kamer ging op 26 maart akkoord met verlenging van de wet. De looptijd van de Chw wordt voor onbepaalde tijd verlengd, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wijziging van de Algemene wet bestuursrecht. De Chw zal uiteindelijk hierin opgaan. Een klein deel van de wet treedt op een later moment in werking, tegelijkertijd met een Algemene maatregel van bestuur ter uitwerking van enkele artikelen uit de wet.
Bij het deel van de wet dat later wordt ingevoerd gaat het om wijzigingen die samenhangen met het verkorten van de procedure voor het verkrijgen van omgevingsvergunningen voor tijdelijke afwijkingen van het bestemmingsplan (van 26 naar 8 weken) en het loslaten van de nu geldende maximale termijn van vijf jaar voor die tijdelijke afwijkingen. Wel meteen ingevoerd is het verlengen van het toepassingsbereik van de regeling voor houdbaarheid van onderzoeksgegevens tot minimaal twee jaar.


NATUUR EN MILIEU NIEUWS
Reductiedoelstelling van 80% in 2050 voor broeikasgas een illusieUit een analyse van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) en het adviesbureau Ecofys blijkt dat er geen schijn van kans is dat deze doelstelling bij onveranderd beleid gehaald kan worden (rapporten samenvatting). Sterker nog zelfs de veel bescheidenere doelstellingen voor 2020 lijken nu al onhaalbaar te zijn. Het emissiehandelssysteem is ook al op een mislukking uitgelopen. Volgens de onderzoeksbureaus is het laaghangend fruit ondertussen wel weggeplukt en is het nu tijd voor nieuwe innovatieve ideeën. Het PBL en Ecofys doen een aantal aanbevelingen om dit te stimuleren.
Een Rodelijst voor ecosystemenDe International Union for Conservation of Nature (IUCN), ‘s werelds grootste en oudste unie van natuurorganisaties, verenigt zo’n 1.200 overheden en natuur- en milieuorganisaties. De IUCN speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het internationaal natuur- en milieubeleid, zoals bijvoorbeeld de Convention on International Trade of Endangered Species (CITES) en de Convention on Biological Diversity (CBD). Als enige natuurorganisatie heeft IUCN de status van ambassadeur bij de Verenigde Naties. Het IUCN staat bekend om zijn Rode Lijst van bedreigde soorten. Deze lijst toont welke planten en dieren met uitsterven worden bedreigd.
Volgens het IUCN zouden we wel eens in één van de grootste uitstervingsgolven sinds het ontstaan van de Aarde kunnen leven. Het IUCN denkt dat het beschermen van individuele soorten misschien verlaten moet worden en vervangen moet worden door het beschermen van ecosystemen. De nadruk zou dan gelegd moeten worden op levensvatbare systemen. Dit zou zelfs kunnen betekenen dat zwaarbelaste ecosystemen opgegeven moeten worden of dat uitheemse soorten bewust worden geïntroduceerd. Naast de Rode Lijst van bedreigde soorten zou er dan een nieuwe Rode Lijst van bedreigde ecosystemen moeten komen.



JURISPRUDENTIE
 
Hof van Amsterdam 200.089.964/01, 2 oktober 2012 (art. 8 LMV-koopakte ten behoeve van consumentenkoop)
De Landelijke Makelaars Vereniging (tegenwoordig VastgoedPRO) hanteert een standaard-koopakte voor consumenten: de zogenaamde LMV-koopakte.Ook de grotere Nederlandse Vereniging van Makelaars heeft een eigen koopakte.
Over de LMV-koopakte is nog weinig jurisprudentie. Over de NVM-koopakte is wel veel geprocedeerd. Bij gebruik van de NVM-koopakte moet de verkoper oppassen, omdat dit model een garantie bevat waardoor hij ook bij verontreiniging die hem niet bekend is, aansprakelijk is als de verontreiniging meebrengt dat de onroerende zaak niet de feitelijke eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik nodig zijn. Zie HR 28 januari 2000, NJ 2000/575.
Artikel 8 van LMV-koopakte is anders. Hier staat dat de verkoper niet instaat voor hem onbekende onzichtbare gebreken. Uit de bewoording van dit artikel volgt dat de verkoper, niet instaat voor: 1. andere eigenschappen dan nodig voor normaal gebruik en welke uitdrukkelijk zijn overeengekomen; 2. aan koper kenbare gebreken; en 3. de verkoper onbekende onzichtbare gebreken. De bewoordingen ‘niet instaan voor’ moeten naar ’s hofs oordeel in dat verband (en mede gezien de onderwerpen die het betreft) zo worden opgevat, dat de verkoper ter zake geen enkel aansprakelijkheidsrisico aanvaardt.
 
201113404/1/T1/R3, ABRvS 10 april 2013 (Veldhoven)
Appellanten voeren aan dat het luchtkwaliteitsonderzoek ten onrechte niet met het ontwerpplan ter inzage is gelegd. Appellanten voerten verder aan dat het addendum bij het akoestisch onderzoek evenmin ter inzage is gelegd.
Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Awb legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage. Ingevolge artikel 3:14, eerste lid, van de Awb vult het bestuursorgaan de ter inzage gelegde stukken aan met nieuwe relevante stukken en gegevens.
Ten aanzien van het Luchtkwaliteitsonderzoek stelt de Afdeling dat het een openbaar beleidsstuk betreft dat ziet op het hele grondgebied van de gemeente Veldhoven. Daarom hoefde het niet met het ontwerpplan ter inzage te worden gelegd, omdat het geen op de zaak betrekking hebbend stuk is. De raad heeft derhalve in zoverre niet gehandeld in strijd met artikel 3:11, eerste lid, van de Awb.
Ten aanzien van het addendum bij het akoestisch onderzoek stelt de Afdeling dat het valt aan te merken als een nieuw relevant stuk als bedoeld in artikel 3:14, eerste lid, van de Awb, omdat het een correctie is op het mede ten behoeve van het ontwerpplan verrichte akoestische onderzoek. Het addendum is dus ten onrechte niet ter inzage gelegd. De Afdeling ziet evenwel aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 1.5, eerste lid, van de Chw, zoals dit luidde ten tijde van belang. Daartoe wordt overwogen dat appellant niet is benadeeld. Het college heeft het addendum opgestuurd aan de bewoners van woningen waarvoor een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in verband met het plan zou worden verleend, waaronder appellant. Appellant heeft dit addendum binnen de termijn in zijn mondelinge zienswijze betrokken. Voorts is niet aannemelijk dat derden vanwege de gebrekkige terinzagelegging hebben afgezien van het naar voren brengen van een zienswijze. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het addendum een beperkte correctie op het ter inzage gelegde akoestisch onderzoek betreft.


woensdag 15 mei 2013

REDUCTIE VAN 80 PROCENT VAN BROEKASGAS IN 2050 IS EEN ILLUSIE


Uit een analyse van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) en het adviesbureau Ecofys blijkt dat er geen schijn van kans is dat deze doelstelling bij onveranderd beleid gehaald kan worden (rapport en samenvatting). Sterker nog zelfs de veel bescheidenere doelstellingen voor 2020 lijken nu al onhaalbaar te zijn. Het emissiehandelssysteem is ook al op een mislukking uitgelopen. Volgens de onderzoeksbureaus is het laaghangend fruit ondertussen wel weggeplukt en is het nu tijd voor nieuwe innovatieve ideeën. Het PBL en Ecofys doen een aantal aanbevelingen om dit te stimuleren.