KOFFIEHUIS ZEELAND (ABRVS, nr. 201010089/1/T1/A4,
29 februari 2012)
Deze tussenuitspraak is
interessant, omdat de Afdeling daarin – voor toekomstige gevallen – een
procesregel formuleert over het inbrengen van nieuwe beroepsgronden. Behoudens
in geschillen waar de wet anders bepaalt, kunnen ook na afloop van de
beroepstermijn en, indien die termijn is gegeven, na de termijn als bedoel in
art. 6:6 Awb, nieuwe gronden worden ingediend, zij het dat die mogelijkheid
wordt begrensd door de goede procesorde. Voor het antwoord op de vraag of de
goede procesorde zich daar niet tegen verzet, is in het algemeen bepalend:
·
een afweging van de
proceseconomie;
·
de reden waarom de
desbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium is aangevoerd;
·
de mogelijkheid voor de
andere partijen om adequaat op die beroepsgrond te reageren en
·
de processuele belangen
van de partijen over en weer.
Nu de nieuwe beroepsgrond eerst na het uitbrengen van het
deskundigenbericht is ingediend, zodat de deskundige er in zijn
deskundigenbericht niet op heeft kunnen ingaan, en niet aannemelijk is geworden
dat deze beroepsgrond niet eerder had kunnen worden ingediend, brengt een
afweging van de proceseconomie en de processuele belangen over en weer mee dat
het indienen van deze nieuwe beroepsgrond in strijd is met de goede procesorde.
De Afdeling voegt hieraan nog toe dat zij voortaan het indienen van nieuwe
beroepsgronden later dan drie weken nadat de Afdeling de StAB heeft verzocht
een deskundigenbericht uit te brengen, in strijd met de goede procesorde zal
achten.