donderdag 3 oktober 2013

Wetsvoorstel ‘bevordering van mediation in het bestuursrecht’ (Kamertuk 33 727)


Er bestaan verschillende methoden van geschiloplossing. Een gerechtelijke procedure is wellicht de meest bekende, maar niet altijd de meest geschikte oplossing. Er zijn verschillende buitengerechtelijke procedures. Mediation is daar één van. Mediation is een vorm van geschiloplossing waarbij een derde, de mediator, partijen begeleidt om gezamenlijk tot een oplossing te komen voor hun onderlinge conflict. Het doel van mediation is om vanuit de belangen van partijen te komen tot een gezamenlijk gedragen en voor ieder van hen optimaal resultaat. Het voordeel van mediation boven andere vormen van geschiloplossing is dat partijen zelf overeenstemming bereiken en niet alleen het geschil (het symptoom) maar vaak ook het onderliggende conflict (oorzaak) oplossen. Partijen komen tot een echte oplossing en kunnen weer met elkaar verder. Mediation is daardoor als conflictoplossend instrument in het bijzonder geschikt voor alle conflicten tussen natuurlijke en rechtspersonen waarbij de oorzaak (mede) gevonden wordt in relationele dimensies. De persoonlijke betrokkenheid van partijen leidt vaak tot een bevredigende en duurzame oplossing van het geschil, waardoor een beroep op een rechter in veel gevallen niet meer nodig is. Mediation kan geschillen bij de rechtspraak weghouden die eigenlijk naar hun aard of oorzaak helemaal niet bij de rechter thuishoren.
In Europees verband beoogt richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 mei 2008 bepaalde aspecten van mediation in burgerlijke zaken en handelszaken te harmoniseren. Deze richtlijn is voor Nederland geïmplementeerd met de Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken. Hoewel mediation in het bestuursrecht al wel een met succes toegepaste methode voor de beslechting van geschillen is ontbreekt een wettelijke regeling.
Bovengenoemd initiatiefswetvoorstel van Van der Steur (tweedekamerlid voor de VVD) wil hier verandering in brengen. Het voorstel ziet, onder andere, op een aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht. Het formaliseert het beginsel (Van der Steur noemt het zelfs een beginsel van behoorlijk bestuur) dat bestuursorganen ook de mogelijkheden moeten onderzoeken of met een informele benadering en behandeling van de bezwaren een conflict kan worden voorkomen, of kan worden opgelost. Toepassing van mediation kan zo leiden tot een vroegtijdige oplossing van een geschil, waardoor kosten in de bezwaar- en beroepsfase kunnen worden bespaard.

Een voorbeeld van een geschil dat zich zeker niet leent voor mediation is de beoordeling van een zuivere rechtsvraag. In dat soort geschillen is een oordeel van de rechter onontbeerlijk. De ervaring leert echter dat er niet zoveel zuivere rechtsvragen zijn en dat veel geschillen in wezen gaan over de uitleg en interpretatie van feiten en over gebreken in de communicatie tussen de betrokken partijen. Daarnaast zijn veel bestuursrechtsgeschillen niets anders dan ordinaire burenruzies. Mediation lijkt hier het middel bij uitstek om tot een oplossing te komen, maar in de praktijk blijkt dat een diepgeworteld conflict vaak beter met een gezaghebbende uitspraak van een rechter kan worden ingedamd.

In het beoordelingsproces of mediation een geschikte oplossing is dient het bestuursorgaan dan ook de intentie van de belanghebbende mee te wegen. Voorkomen moet worden dat mediation wordt misbruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij bedoeld is. Mediation is immers bedoeld om op afzienbare termijn te komen tot een door beide partijen gedragen oplossing voor hun geschil(len). Als het bestuursorgaan besluit geen mediation toe te passen, dient dit in de beslissing op bezwaar te worden gemotiveerd. Mocht de praktijk uitwijzen dat deze motiveringsplicht niet leidt tot substantieel meer gebruik van mediation in het bestuursrecht, dan overweegt indiener zelfs een zwaardere verplichting voor bestuursorganen te introduceren.