vrijdag 19 juli 2013

VISSTAND LIJKT ZICH TE HERSTELLEN

Uit een onderzoek van de Universiteit van Aberdeen blijkt dat de visstand in de Noordoost Atlantische wateren zich aan het herstellen is. De strenge Europese visquota (European Union's Common Fisheries Policy (CFP) hebben het uiteindelijk voor elkaar gekregen dat veel vissoorten in het Europese deel van de Atlantische Oceaan duurzaam worden gevangen. Overbevissing behoort grotendeels tot het verleden en de natuur krijgt de kans om zich te herstellen. Dat is goed nieuws, want er is doorgaans veel kritiek op het strenge visbeleid van de Europese Unie.
Voorzichtigheid blijft echter geboden, stellen de Britse onderzoekers, want sommige soorten, zoals kabeljauw, verkeren nog steeds in de gevarenzone. De wetenschappers tonen zich niettemin verrast over de aanzienlijke groei van de populatie van diverse soorten, nadat de Europese vangstbeperkingen werden ingesteld.

maandag 15 juli 2013

KLIMAATVERANDERING, ENERGIE-AKKOORD EN NIET ZO FIJN STOF


TWEE GRADEN IS TE WEINIG
Tijdens een Conferentie van de Verenigde Naties in Bonn is de afspraak om de stijging van de temperatuur te beperken tot twee graden Celsius opnieuw bevestigd. Volgens een onderzoek (zie deze lezing van Chris Field, the director of the Carnegie Institution's Department of Global Ecology at Stanford) van de Universiteit van Stanford is die twee graden echter niet voldoende om een gevaarlijke aantasting van de voedselproductie te voorkomen. Bij deze maximale temperatuurstijging mag er dan bijvoorbeeld gemiddeld voldoende neerslag vallen voor een goede graanoogst, maar als er bij dergelijke temperaturen iedere vijf jaar een droogte optreedt is dat niet genoeg om de voedselproductie op peil te houden. We zien nu al dat er bij een stijging van nog geen graad een toename van het aantal extreme weersituaties zoals droogtes en wolkbreuken voorkomen. Bij een stijging van twee graden zal dit alleen nog maar toenemen. Het maximum van twee graden Celsius mag dan een goed politiek beleidsinstrument zijn, het verzekert zeker niet dat daarmee ook de voedselproductie op het huidige niveau in stand kan blijven en dat hongersnoden kunnen worden voorkomen.


MEER DAN TWEE METER ZEESPEIGELSTIJGING PER GRAAD OPWARMING
Wetenschappers van het Institute for Climate Impact Research, een organisatie van de Verenigde Naties, hebben berekend dat de zeespiegel 2,3 meter stijgt per graad temperatuurstijging. Volgens deze nieuwe voorspellingen zal de gemiddelde temperatuur in de periode 2016-2035 0,4 tot 1,0 graad hoger liggen dan hij in de periode 1985-2005 was. Eerder berekende het IPCC, het klimaatpanel van de VN, al dat de zeespiegel de afgelopen eeuw met 17 centimeter is gestegen. Andere onderzoekers voorspellen dat grote gebieden van Bangladesh tot Florida onder water komen te staan bij een zeespiegelstijging van twee meter.


ZELFS EEN BEETJE FIJNSTOF VERGROOT AL DE KANS OP LONGKANKER
Uit een onlangs in ‘The Lancet’ gepubliceerde Europese studie blijkt dat zelfs een minimale hoeveelheid luchtvervuiling door fijnstof de kans op longkanker met ongeveer 20 procent vergroot. De studie is de omvangrijkste poging ooit om het verband tussen fijnstof en longkanker aan te tonen. Eerdere steekproeven waren vaak te klein. Bijna 13 jaar volgden de wetenschappers ruim 300 duizend personen op 17 Europese locaties waar ook de fijnstofgegevens worden bijgehouden. De aanwezigheid van zelfs lage concentraties fijnstof verhoogt het aantal longkankergevallen en, meer fijnstof betekent ook meer longkanker.


ENERGIEAKKOORD TE WEINIG TE LAAT
Met pijn en moeite heeft de de Sociaal-Economische Raad (SER) er op de valreep een energieakkoord uitgesleept. Uit alles blijkt echter dat Nederland op het gebied van duurzame energie inmiddels zo’n achterstand heeft opgelopen, dat de ambitieuze doelstellingen uit dit akkoord onhaalbaar zijn. Het aandeel van duurzame energie tot 2020 laten toenemen van ruim 4 procent nu (een percentage waarmee Nederland tot de Europese hekkensluiters van de groene energie behoort) naar 16 procent in minder dan een decennium lijkt volstrekt onhaalbaar. Bovendien is de afgesproken reductie van kolen alleen mogelijk door in te zetten op biomassa. Volgens de Duurzame Energie Koepel: weinig innovatief, laagwaardig gebruik van biomassa.

woensdag 10 juli 2013

DE WIJZIGINGSBEVOEGDHEID VAN ARTIKEL 3.6 WRO


In artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening is de mogelijkheid opgenomen om in een bestemmingsplan het College van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven een plan te wijzigen. Hierdoor kan de gemeenteraad niet meer oordelen over deze wijzigingen. Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan mag de aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft in beginsel als een gegeven worden beschouwd. Dit brengt met zich dat de raad reeds bij de vaststelling van het plan moet hebben afgewogen of de situatie die kan ontstaan door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid planologisch aanvaardbaar is. Deze bepaling maakt het mogelijk dat belangrijke wijzigingen zonder toetsing door de gemeenteraad worden vastgesteld. Met het opnemen van wijzigingsbevoegdheden kunnen planologische ontwikkelingen aanmerkelijk worden vereenvoudigd. Voor omwonenden is deze bevoegdheid echter niet zonder gevaren.
Wijzigingsbevoegdheden kunnen verstrekkende gevolgen hebben, maar bij het vaststellen van een bestemmingsplan willen deze bepalingen nog weleens over het hoofd worden gezien. Begrijpelijk want de gevolgen van die bevoegdheid zijn op het moment van vaststelling niet te voorzien. Een kwaadwillend college (die bestaan natuurlijk niet, maar je weet het maar nooit) zou op die manier een onwelgevallig bouwproject kunnen wegmoffelen.

Een wijzigingsbevoegdheid moet wel door voldoende objectieve normen worden begrensd, daarbij moet tevens worden aangetoond dat binnen de planperiode gebruik zal worden gemaakt van die bevoegdheid én dat die bovendien ook financieel haalbaar is. Indien niet aan deze vereisten wordt voldaan kan een wijzigingsbevoegdheid met succes worden aangevochten en worden vernietigd. Zie in dit verband bijvoorbeeld uitspraak 201208056/1/R1 van 6 maart. Maar dat moet dan wel direct bij de vaststelling van het bestemmingsplan waarin zij is opgenomen gebeuren. Als dat niet gebeurt, kan een gemeente zich in een later stadium beroepen op de formele rechtskracht van die bevoegdheid en de daarbij opgenomen voorwaarden. De rechter zal de desbetreffende wijziging dan nog maar zeer terughoudend toetsen.

donderdag 4 juli 2013

Nationaal energieakkoord uitgelekt

Vakbeweging, werkgevers, milieuorganisaties en andere belangengroeperingen onderhandelen in de SER over het zogenoemde ‘Nationaal Energieakkoord’. Dit akkoord moet duidelijkheid verschaffen over de energievoorziening voor de komende dertig tot veertig jaar. Volgens het uitgelekte concept moet het aandeel groene energie in 2022 of 2024 zestien procent bedragen van de totale energieopwekking. Dat is twee tot vier jaar later dan de kabinetsplannen. En dat terwijl in de Europese Unie afgesproken is om in 2020 een aandeel van twintig procent groene energie te halen.
 
Het ziet er dus niet naar uit dat de grote achterstand die Nederland op het gebied van duurzame energie heeft nog ingehaald kan worden. Een serieus beleid voor de reductie van CO2 ontbreekt en de producenten van fossiele brandstoffen ontvangen nog steeds meer subsidie dan de producenten van duurzame energie.

Toch is niet alles kommer en kwel in energieland. Volgens het tijdschrift ‘New Scientist’ is duurzame energie tegen de verdrukking in bezig met een opmars. In 2018 zal een kwart van de wereldwijde energieproductie afkomstig zijn uit bronnen als waterkracht, windenergie en zonne-energie. En dat met slechts sporadische steun van de overheid en een industrie die zijn uiterste best doet om de wereld er van te overtuigen dat duurzame energie onbetrouwbaar en duur is. Hoe zou het zijn als de overheden serieus werk zouden maken van groene energie?

maandag 1 juli 2013

GEBREKKIG ONDERZOEK NAAR SCHALIEGASWINNING


In opdracht van het ministerie van Economische Zaken is het afgelopen jaar gewerkt aan een studie naar de effecten van de winning van schaliegas. De winning van schaliegas is omstreden vanwege het kraken van steenlagen, waarbij onder hoge druk water, zand en chemicaliën de bodem ingespoten worden.
Volgens de Commissie voor de milieueffectrapportage ontbreekt er het een en ander aan dit onderzoek. De Commissie dringt er in een tussenadvies op aan het onderzoek naar de mogelijke gevolgen van schaliegaswinning op een aantal belangrijke punten te verbreden. Drinkwaterwinning en de belangen van omwonenden zijn op dit moment geen onderwerp van de studie.

Het onderzoek wordt deze week afgerond, maar minister Kamp (Economische Zaken, VVD) maakt de inhoud pas aan het einde van het zomerreces bekend, tegelijk met zijn besluit om al dan niet tot proefboringen over te gaan. Onder strikte geheimhouding zal de minister de inhoud delen met de zogenoemde klankbordgroep van burgers, lokaal bestuur en bedrijfsleven. Vorige week stapten leden van deze groep op omdat ze weigerden te tekenen voor geheimhouding. Van de twaalf leden zijn er nog vier aanwezig, onder wie de Rabobank en de branchevereniging Nogepa.
De Rabobank heeft onlangs te kennen gegeven geen geld te willen uitlenen aan bedrijven die betrokken zijn bij de winning van schaliegas. De bank maakt zich zorgen over vervuiling van grond en water en ook over verlies van biodiversiteit en de gevolgen voor omwonenden. Vorige week bleek uit Amerikaans onderzoek, gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS, dat er een direct verband is tussen winning van schaliegas en drinkwatervervuiling.