donderdag 30 oktober 2014

Uitleg van het niet krachtens publiekrecht ingestelde bestuursorgaan 201304908/1/A2 van 17 september 2014



Het begrip bestuursorgaan in één van de kernbegrippen in het bestuursrecht. In het bestuursrecht staat alleen rechtsbescherming open tegen door bestuursorganen genomen besluiten(in de zin van artikel 1:3 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Alleen bestuursorganen kunnen besluiten nemen. De wijze waarop het begrip "bestuursorgaan" wordt uitgelegd is dus relevant voor het gehele bestuursrecht, ook voor alle bijzondere onderdelen van het bestuursrecht zoals het omgevingsrecht.

Een bestuursorgaan is volgens de definitie van artikel 1:1 lid 1 Awb een: "orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld", of "een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed". Dat wil zeggen dat zij bindende besluiten moeten kunnen nemen waarmee zij eenzijdig rechten of verplichtingen voor anderen in het leven kunnen roepen of bindend zulke rechten of verplichtingen kunnen vaststellen. Het gaat dan om het verlenen van subsidies of bijvoorbeeld het afgeven van diploma's. Een bekend voorbeeld is de APK-keurmeester die op het moment dat hij auto's APK keurt en een keuringsbewijs afgeeft als bestuursorgaan kan worden aangemerkt (maar dan ook alleen maar daar voor
).
Het bestuur van een private rechtspersoon, of een orgaan van een private rechtspersoon kan soms worden belast met de uitoefening van publiekrechtelijke taken. Die taken hoeven niet in of bij wet aan zo'n private rechtspersoon opgedragen te zijn. Ook een orgaan van een stichting kan in sommige gevallen als bestuursorgaan aangemerkt worden.

De vraag die bij de grote kamer voorlag was of de “Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio” zo’n soort bestuursorgaan is. De stichting is opgericht door Luchthaven Schiphol en de provincie Noord‑Holland en heeft tot doel de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving in de Schipholregio te versterken.

De Stichting had een financiële vergoeding geweigerd aan een inwoner uit Kudelstaart. De inwoner had de tegemoetkoming gevraagd omdat hij overlast ondervindt door vliegtuigen (geluidsoverlast en vervuiling). Die financiële bijdrage werd echter geweigerd omdat de stichting meende dat de inwoner niet kon worden aangemerkt als "schrijnend geval". Alleen "individuele schrijnende gevallen" komen namelijk in aanmerking voor een tegemoetkoming. Tegen deze weigering heeft de bewoner van de Kudelstaart bezwaar gemaakt, dat bezwaar werd vervolgens door de stichting ongegrond verklaard. Bij het hier tegen ingestelde beroep verklaarde de rechtbank zich onbevoegd. De rechtbank meende namelijk dat de stichting geen bestuursorgaan is en dat daarom geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming mogelijk was. Tegen die uitspraak van de rechtbank heeft vervolgens de stichting hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De stichting meent namelijk zelf dat zij wel degelijk als bestuursorgaan moet worden aangemerkt.

Op 23 juni 2014 werd de zeer lezenswaardige conclusie van Advocaat-Generaal  Widdershoven bekend gemaakt. In haar uitspraak oordeel de grote kamer van de Raad van State overeenkomstig deze conclusie dat de Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio geen bestuursorgaan is. De Afdeling stelt daarbij dat bepalend is voor de vraag of een privaatrechtelijke rechtspersoon als een bestuursorgaan moet worden aangemerkt:
  1. Of de overheid de uitoefening van de taak van de rechtspersoon betaalt (financiële band). 
  2. Of de overheid de inhoud van de uitoefening van die taak bepaalt (inhoudelijke band).
De grote kamer zegt hierover het volgende: “De staatsraad advocaat-generaal constateert in zijn conclusie dat het voor een financiële band voldoende is dat de overheid de taak van de privaatrechtelijke rechtspersoon "in overwegende mate" financiert. Voor het aannemen van een voldoende financiële band is de frequentie van de bijdrage geen relevante factor. Voor het oordeel dat sprake is van een inhoudelijke band is het voldoende dat de overheid door een goedkeuringsrecht of anderszins beslissend invloed heeft op de criteria voor de besteding van de middelen in het algemeen, aldus de staatsraad advocaat-generaal. Bemoeienis op het niveau van individuele zaken is niet noodzakelijk.”