WONEN OP HET PLATTELAND WORDT STRAKS EEN STUKJE MAKKELIJKER
Het is een
bekend probleem. Iemand uit de stad koopt een prachtig oud boerderijtje in het
buitengebied. Zonder te beseffen dat deze pastorale idylle allerlei juridische
problemen met zich meebrengt. Een voormalige agrarische bedrijfswoning als
burgerwoning gebruikt kan geen legale status krijgen, omdat een dergelijke
woning nou eenmaal beschermd moet worden tegen geluid en stank. De veehouderij
om de hoek is er ook niet blij mee, omdat dit bedrijf nu wordt belemmerd in de
bedrijfsvoering. Burgemeester en wethouders zouden eigenlijk handhavend moeten
optreden, maar begrijpelijkerwijs zijn ze daar niet al te happig op. Politiek en
sociaal is handhaving geen al te populaire maatregel. Kortom, een burgerwoning
in het buitengebied brengt alleen maar problemen met zich mee.
Daar komt
binnenkort verandering in. Onlangs ging de Tweede Kamer akkoord met het
wetsvoorstel “Plattelandswoningen” (Kamerstukken II, 2011-2012, 33078). Het
wetsvoorstel bepaalt dat dit soort woningen niet langer worden beschermd tegen
milieugevolgen van het agrarische buurbedrijf. Dit voorkomt dat agrarische
functies en niet-agrarische functies elkaar in de weg zitten bij geur- en
geluidsregeltjes.Kunnen Burgemeester en wethouders op deze wet anticiperen? Normaal gesproken is het vaste jurisprudentie dat niet op nog niet van kracht zijnde regelgeving mag worden geanticipeerd. Maar een uitspraak van 6 juni jongstleden (ABRvS 6 juni 2012, 201107360/1/A1) lijkt hiervoor toch een aanknopingspunt te geven.
In deze zaak wilden Burgemeester en wethouders in eerste instantie handhavend optreden tegen een illegale burgerwoning. Tijdens de zitting bij de Afdeling kwam echter ook het spiksplinternieuwe wetsvoorstel aan de orde. Er zou daarmee geredeneerd kunnen worden dat concreet zicht op legalisatie bestaan. Handhavend optreden is niet meer aan de orde als een overtreding op korte termijn kan worden gelegaliseerd. Betekent dit dat nu ook rekening moet worden gehouden met een wijziging van de regels? Zoals bijvoorbeeld een wetswijziging (zie in dit verband ook Vz. AGRvS 28 september 1992, AB 1993, 209).
In de uitspraak van 6 juni erkende de Afdeling dat het wetsvoorstel, wanneer eenmaal wet, een oplossing zou zijn voor deze zaak. De Afdeling verwees dit argument echter toch naar de prullenbak. Burgemeester en wethouders mochten geen rekening houden met dit wetsvoorstel, simpelweg omdat het wetsvoorstel dateerde van nĂ¡ het besluit op bezwaar. Betekent deze formulering dat je nu het wetsvoorstel inmiddels is aangenomen wel mag anticiperen op deze nieuwe wet voor “plattelandswoningen”? Bestaat er nu in de ogen van de Afdeling wel een basis voor ‘concreet zicht op legalisatie’?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten