vrijdag 31 augustus 2012


KOFFIEHUIS ZEELAND (ABRVS, nr. 201010089/1/T1/A4, 29 februari 2012)

Deze tussenuitspraak is interessant, omdat de Afdeling daarin – voor toekomstige gevallen – een procesregel formuleert over het inbrengen van nieuwe beroepsgronden. Behoudens in geschillen waar de wet anders bepaalt, kunnen ook na afloop van de beroepstermijn en, indien die termijn is gegeven, na de termijn als bedoel in art. 6:6 Awb, nieuwe gronden worden ingediend, zij het dat die mogelijkheid wordt begrensd door de goede procesorde. Voor het antwoord op de vraag of de goede procesorde zich daar niet tegen verzet, is in het algemeen bepalend:
·         een afweging van de proceseconomie;
·         de reden waarom de desbetreffende beroepsgrond pas in een laat stadium is aangevoerd;
·         de mogelijkheid voor de andere partijen om adequaat op die beroepsgrond te reageren en
·         de processuele belangen van de partijen over en weer.
Nu de nieuwe beroepsgrond eerst na het uitbrengen van het deskundigenbericht is ingediend, zodat de deskundige er in zijn deskundigenbericht niet op heeft kunnen ingaan, en niet aannemelijk is geworden dat deze beroepsgrond niet eerder had kunnen worden ingediend, brengt een afweging van de proceseconomie en de processuele belangen over en weer mee dat het indienen van deze nieuwe beroepsgrond in strijd is met de goede procesorde. De Afdeling voegt hieraan nog toe dat zij voortaan het indienen van nieuwe beroepsgronden later dan drie weken nadat de Afdeling de StAB heeft verzocht een deskundigenbericht uit te brengen, in strijd met de goede procesorde zal achten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten