maandag 27 augustus 2012


ADVIES RAAD VAN STATE OVER WETSVOORSTEL NATUURBESCHERMING

Op 29 juni 2012 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een advies uitgebracht over een wetsvoorstel houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). De regering heeft het wetsvoorstel op 22 augustus 2012 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

De Raad van State plaatst kritische kanttekeningen bij de uitgangspunten die bij de totstandkoming van het wetsvoorstel zijn gehanteerd. Volgens de Raad is de natuurbescherming in de afgelopen decennia niet zodanig effectief gebleken dat de natuur in Nederland in een gunstige staat verkeert en de instandhouding van soorten en habitats is verzekerd. Integendeel er is bij gelijkblijvend beleid sprake van een verdere achteruitgang. Nu is al niet te voorkomen dat Nederland in de toekomst niet aan de internationale en Europese doelstellingen zal voldoen. De met het wetsvoorstel voorgestelde versobering van de wetgeving zal waarschijnlijk desastreuze gevolgen voor de Nederlandse natuur hebben.

De Afdeling advisering meent dat de keuze om in beginsel niet méér bescherming voor natuurgebieden en dier- en plantensoorten te realiseren dan het minimum dat Europese richtlijnen voorschrijven, meer nadrukkelijk als afzonderlijke beleidskeuze moet worden gemotiveerd. Daarbij moet ook worden ingegaan op de vraag in hoeverre maatregelen op het terrein van de ruimtelijke ordening een gelijkwaardige mate van bescherming kunnen realiseren voor die gebieden waarvoor als gevolg van het voorstel geen bescherming meer bestaat. Het is volgens de Raad maar zeer de vraag of het wetsvoorstel wel aan de Europeesrechtelijk minimum eisen kan voldoen. Zeker waar het gaat om de implementatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn.

Tevens is het de vraag of de voorgestelde vermindering van vergunningen en ontheffingen en de voorgestelde vermindering van regels ten gunste van zogenoemde zorgplichten wenselijk zijn. De focus in het wetsvoorstel op het verminderen van regeldruk lijkt ten koste te gaan van de naleving en handhaving van de wettelijke voorschriften. Vermindering van vergunningen en ontheffingen of een bredere toepassing van zorgplichten is alleen verstandig als het toezicht op de naleving van wettelijke regels en de handhaving daarvan in voldoende mate kunnen worden gegarandeerd. En dat lijkt niet het geval te zijn. Bij de uitvoering en de handhaving van de wet zijn drie bestuurslagen betrokken, waarvan niet duidelijk is of deze allemaal voldoende voor hun taak zijn toegerust. Daarbij wijst de Afdeling advisering nadrukkelijk op de rol van gemeenten, die in de toelichting bij het wetsvoorstel niet wordt belicht. Ook is het de vraag of de verschillende bestuurslagen samen tot de noodzakelijke afstemming van de uitvoering en de handhaving kunnen komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten