Sinds mensenheugenis zien we de natuur als een
vanzelfsprekende bron van grondstoffen en voedsel. In de jaren zeventig van de
vorige eeuw werd dat beeld opeens ruw verstoord toen een stichting van
wetenschappers, de Club van Rome, in 1972 het rapport ‘De grenzen aan de groei’
naar buiten bracht. Bevolkingsgroei en industrialisatie zouden een te groot
beslag gaan leggen op de natuurlijke hulpbronnen waardoor de aarde overbevolkt,
uitgeput en vervuild zou raken. Werden de conclusies van deze wetenschappers
destijds nog weggelachen als de privémening van een stel geitenwollensokken
dragende zonderlingen, tegenwoordig hebben de Verenigde Naties een
internationaal panel van wetenschappers het ‘Intergovernmental Panel on Climate
Change’ in het leven geroepen om deze problemen te onderzoeken. Het is
inmiddels duidelijk geworden dat het menselijk gedrag zelfs zoiets enorms als
het klimaat aan het veranderen is. Langzaam maar zeker dringt het besef door
dat de mens verantwoordelijk is voor een heel scala aan gigantische en haast
onvoorstelbare veranderingen in de natuur.
Sinds 1972 is de overbevolking en de vervuiling alleen nog
maar toegenomen en is het klimaat op hol geslagen. Grote aantallen mensen
hebben een tekort aan water en voedsel en wonen op gevaarlijke plekken die
regelmatig door natuurrampen worden getroffen. Het wordt steeds moeilijker om
voor iedere burger schoon drinkwater, een veilige woonplek en voldoende voedsel
te garanderen. Als we toekomstige generaties serieus nemen mogen we hen niet
onder een leefbare ondergrens duwen.
Het besef dat onze invloed op de natuur verstrekkende
gevolgen en verantwoordelijkheden met zich meebrengt heeft zo hier en daar al
tot nieuwe regelgeving geleid. Zeker nadat de VN-commissie Brundtland in 1987
in haar rapport heeft gesteld dat de huidige generatie de mogelijkheden voor
toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet onnodig mag
inperken. Deze oproep tot een duurzame ontwikkeling heeft veel nieuwe wetgeving
opgeleverd. Het volkenrecht verbiedt het dat staten ernstige
grensoverschrijdende milieuschade veroorzaken op het grondgebied van andere
staten. De mogelijkheden om milieuschade te voorkomen en zo nodig aan te pakken
zijn behoorlijk toegenomen. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
stelt zich tegenwoordig op het standpunt dat staten verplicht zijn hun burgers
tegen negatieve externe milieu-invloeden te beschermen.
Er zijn zo allerlei wettelijke stelsels op poten gezet om
milieuschade te beperken. Op nationaal niveau, maar ook steeds vaker op
internationaal niveau. Zo loopt Nederland tegenwoordig achter in de rij als het
om milieubescherming gaat, maar doordat tweederde van de milieuwetten een
Europese oorsprong hebben is er zelfs in ons land nog enige vooruitgang te
bespeuren. De problemen rond het beschermen van de natuurlijke omgeving
overstijgt de nationale jurisdictie en vraagt om internationale samenwerking.
De verantwoordelijkheid voor de gevolgen van menselijk handelen
is iets typisch juridisch, maar verantwoordelijkheid voor ecologische
veranderingen is een totaal nieuw gebied waar het recht zich nog nauwelijks mee
bezig heeft gehouden. Op het moment dat de Universele Verklaring van de Rechten
van de Mens in 1948 werd aanvaard dacht nog niemand aan onze
verantwoordelijkheid voor de natuur. Een mensenrecht op een duurzame
natuurlijke omgeving is dan ook nergens te vinden. Met wat fantasie zou je uit
het ‘recht op leven’ van artikel 3, de verplichting van staten en de
internationale gemeenschap om de economische, sociale en culturele rechten van
ieder persoon te verwezenlijken uit artikel 22 en het recht op een
levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van
iedereen zoals verwoord in artikel 25 wel iets dergelijks kunnen afleiden. Het
blijft echter behelpen en deze artikelen uit de UVRM zijn zeker niet voor de
bescherming van het milieu bedoeld en beschermen dan hooguit de huidige
generatie.
De belangen van schimmige toekomstige generaties worden niet
beschermd. In het begrip duurzaamheid van de commissie Brundlandt zitten de
belangen van toekomstige generaties weliswaar ingesloten, maar dat is nog iets
anders dan een recht op een leefbare natuurlijke omgeving. Er moet een
(juridische) methode gevonden worden waarop de rechten van toekomstige
generaties een rol gaan spelen in ons hedendaags handelen en beslissen. Nu we
op een punt zijn aangekomen dat ons handelen en onze beslissingen wezenlijke
ecologische structuren veranderen en zelfs de mogelijkheden van mensen om te
kunnen overleven aantasten wordt het tijd om een apart mensenrecht te scheppen.
Het zou immoreel en desastreus zijn als we niet een intergenerationeel perspectief
aan ons systeem van mensenrechten zouden toevoegen. Een recht op het herstellen
en onderhouden van de randvoorwaarden die nodig zijn voor de realisering van
een menswaardig bestaan. Niet alleen voor nu maar ook voor toekomstige
generaties. De rechten van toekomstige generaties zullen vertaald moeten gaan
worden in plichten voor de huidige generatie. Het is dan ook tijd voor een
mensenrecht op een schoon en duurzaam milieu.
Plichten voor de huidige generatie om de rechten voor de toekostige generatie veilig te stellen.. Aan wat voor plichten denk je dan? Maximaal 1 kind? Qant het voorkomen van teveel toekomstie generatie is nog steeds de beste maatregel om uitputting van de aarde te voorkomeb.9
BeantwoordenVerwijderen