donderdag 10 december 2015

Pleidooi voor een mensenrecht op een schoon milieu

Sinds mensenheugenis zien we de natuur als een vanzelfsprekende bron van grondstoffen en voedsel. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd dat beeld opeens ruw verstoord toen een stichting van wetenschappers, de Club van Rome, in 1972 het rapport ‘De grenzen aan de groei’ naar buiten bracht. Bevolkingsgroei en industrialisatie zouden een te groot beslag gaan leggen op de natuurlijke hulpbronnen waardoor de aarde overbevolkt, uitgeput en vervuild zou raken. Werden de conclusies van deze wetenschappers destijds nog weggelachen als de privémening van een stel geitenwollensokken dragende zonderlingen, tegenwoordig hebben de Verenigde Naties een internationaal panel van wetenschappers het ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’ in het leven geroepen om deze problemen te onderzoeken. Het is inmiddels duidelijk geworden dat het menselijk gedrag zelfs zoiets enorms als het klimaat aan het veranderen is. Langzaam maar zeker dringt het besef door dat de mens verantwoordelijk is voor een heel scala aan gigantische en haast onvoorstelbare veranderingen in de natuur.

Sinds 1972 is de overbevolking en de vervuiling alleen nog maar toegenomen en is het klimaat op hol geslagen. Grote aantallen mensen hebben een tekort aan water en voedsel en wonen op gevaarlijke plekken die regelmatig door natuurrampen worden getroffen. Het wordt steeds moeilijker om voor iedere burger schoon drinkwater, een veilige woonplek en voldoende voedsel te garanderen. Als we toekomstige generaties serieus nemen mogen we hen niet onder een leefbare ondergrens duwen.
Het besef dat onze invloed op de natuur verstrekkende gevolgen en verantwoordelijkheden met zich meebrengt heeft zo hier en daar al tot nieuwe regelgeving geleid. Zeker nadat de VN-commissie Brundtland in 1987 in haar rapport heeft gesteld dat de huidige generatie de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet onnodig mag inperken. Deze oproep tot een duurzame ontwikkeling heeft veel nieuwe wetgeving opgeleverd. Het volkenrecht verbiedt het dat staten ernstige grensoverschrijdende milieuschade veroorzaken op het grondgebied van andere staten. De mogelijkheden om milieuschade te voorkomen en zo nodig aan te pakken zijn behoorlijk toegenomen. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt zich tegenwoordig op het standpunt dat staten verplicht zijn hun burgers tegen negatieve externe milieu-invloeden te beschermen.

Er zijn zo allerlei wettelijke stelsels op poten gezet om milieuschade te beperken. Op nationaal niveau, maar ook steeds vaker op internationaal niveau. Zo loopt Nederland tegenwoordig achter in de rij als het om milieubescherming gaat, maar doordat tweederde van de milieuwetten een Europese oorsprong hebben is er zelfs in ons land nog enige vooruitgang te bespeuren. De problemen rond het beschermen van de natuurlijke omgeving overstijgt de nationale jurisdictie en vraagt om internationale samenwerking.

De verantwoordelijkheid voor de gevolgen van menselijk handelen is iets typisch juridisch, maar verantwoordelijkheid voor ecologische veranderingen is een totaal nieuw gebied waar het recht zich nog nauwelijks mee bezig heeft gehouden. Op het moment dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 werd aanvaard dacht nog niemand aan onze verantwoordelijkheid voor de natuur. Een mensenrecht op een duurzame natuurlijke omgeving is dan ook nergens te vinden. Met wat fantasie zou je uit het ‘recht op leven’ van artikel 3, de verplichting van staten en de internationale gemeenschap om de economische, sociale en culturele rechten van ieder persoon te verwezenlijken uit artikel 22 en het recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van iedereen zoals verwoord in artikel 25 wel iets dergelijks kunnen afleiden. Het blijft echter behelpen en deze artikelen uit de UVRM zijn zeker niet voor de bescherming van het milieu bedoeld en beschermen dan hooguit de huidige generatie.


De belangen van schimmige toekomstige generaties worden niet beschermd. In het begrip duurzaamheid van de commissie Brundlandt zitten de belangen van toekomstige generaties weliswaar ingesloten, maar dat is nog iets anders dan een recht op een leefbare natuurlijke omgeving. Er moet een (juridische) methode gevonden worden waarop de rechten van toekomstige generaties een rol gaan spelen in ons hedendaags handelen en beslissen. Nu we op een punt zijn aangekomen dat ons handelen en onze beslissingen wezenlijke ecologische structuren veranderen en zelfs de mogelijkheden van mensen om te kunnen overleven aantasten wordt het tijd om een apart mensenrecht te scheppen. Het zou immoreel en desastreus zijn als we niet een intergenerationeel perspectief aan ons systeem van mensenrechten zouden toevoegen. Een recht op het herstellen en onderhouden van de randvoorwaarden die nodig zijn voor de realisering van een menswaardig bestaan. Niet alleen voor nu maar ook voor toekomstige generaties. De rechten van toekomstige generaties zullen vertaald moeten gaan worden in plichten voor de huidige generatie. Het is dan ook tijd voor een mensenrecht op een schoon en duurzaam milieu.

1 opmerking:

  1. Plichten voor de huidige generatie om de rechten voor de toekostige generatie veilig te stellen.. Aan wat voor plichten denk je dan? Maximaal 1 kind? Qant het voorkomen van teveel toekomstie generatie is nog steeds de beste maatregel om uitputting van de aarde te voorkomeb.9

    BeantwoordenVerwijderen