De Afdeling stelt dat een bestemmingsplan in het kader van een goede ruimtelijke ordening weliswaar aanvullende regels kan stellen, maar dat deze regels ruimtelijk relevant dienen te zijn en niet in strijd met sectorale regelgeving mogen zijn, Naar het oordeel van de Afdeling hebben de voorwaarden die in de Maatlat Duurzame Veehouderij worden gesteld ook betrekking op aspecten die niet ruimtelijk relevant zijn. De Afdeling verwijst daarbij naar de voorwaarden ten aanzien van het energieverbruik en de omgevingsgerichtheid. Daarnaast bestaat de Maatlat uit een zeer groot aantal, zeer gedetailleerde voorwaarden waaraan stallen moeten voldoen. Gelet daarop heeft de Afdeling geoordeeld dat de Maatlat zich niet leent voor de door de gemeenteraad gekozen toepassing via een wijzigingsvoorwaarde. De planregel is naar het oordeel van de Afdeling dan ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Deze uitspraak blijft niet zonder gevolgen. Er zijn veel gemeenten en provincies die in hun beleid (bestemmingsplan respectievelijk provinciale verordening) duurzaamheidseisen stellen aan veehouderijen. Denk bijvoorbeeld aan de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij, voorgeschreven in de Provinciale Verordening 2014, en het Groninger Verdienmodel. Het is nu nog maar zeer de vraag of deze stand zullen kunnen houden bij de Afdeling.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten