De Stichting Werkgroep
Nassaubuurt komt in beroep
tegen de vaststelling van een bestemmingsplan door de raad van de gemeente Den
Haag. De Stichting, is pas opgericht nadat de termijn voor het indienen van
zienswijzen al voorbij was. Volgens de gemeente is de stichting daarom niet-ontvankelijk?
De Afdeling acht
het echter aannemelijk dat verschillende bewoners van het gebied gevolgen
kunnen ondervinden van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte
ontwikkelingen. De Stichting Werkgroep Nassaubuurt brengt door het optreden in
rechte een bundeling van rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken
individuele belangen tot stand. Hiermee kan een effectieve rechtsbescherming
gediend zijn, zulks in vergelijking met het afzonderlijke optreden van
individuele natuurlijke personen die door dat besluit rechtstreeks in hun
belangen worden getroffen. In de door Stichting Werkgroep Nassaubuurt tot stand
gebrachte bundeling van deze individuele belangen, kunnen de in artikel 1:2,
derde lid, van de Awb genoemde feitelijke werkzaamheden besloten worden geacht.
Ter zitting bij de Afdeling heeft de Stichting Werkgroep Nassaubuurt
uiteengezet dat de stichting na het verstrijken van de zienswijzentermijn is
opgericht met als doel het voortzetten van de werkzaamheden van Werkgroep
Nassaubuurt. De Afdeling is van oordeel, dat hiermee sprake is van een zodanige
continuïteit tussen Werkgroep Nassaubuurt en Stichting Werkgroep Nassaubuurt
dat de zienswijze van Werkgroep Nassaubuurt in beroep mede heeft te gelden als
zienswijze van Stichting Werkgroep Nassaubuurt. Het beroep van de Stichting
Werkgroep Nassaubuurt is daarom ontvankelijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten