Vakbeweging, werkgevers, milieuorganisaties en andere
belangengroeperingen onderhandelen in de SER over het zogenoemde ‘Nationaal Energieakkoord’.
Dit akkoord moet duidelijkheid verschaffen over de energievoorziening voor de
komende dertig tot veertig jaar. Volgens het uitgelekte concept moet het
aandeel groene energie in 2022 of 2024 zestien procent bedragen van de totale
energieopwekking. Dat is twee tot vier jaar later dan de kabinetsplannen. En dat
terwijl in de Europese Unie afgesproken is om in 2020 een aandeel van twintig
procent groene energie te halen.
Het ziet er dus niet naar uit dat de grote achterstand die
Nederland op het gebied van duurzame energie heeft nog ingehaald kan worden.
Een serieus beleid voor de reductie van CO2 ontbreekt en de
producenten van fossiele brandstoffen ontvangen nog steeds meer subsidie dan de
producenten van duurzame energie.
Toch is niet alles kommer en kwel in energieland. Volgens
het tijdschrift ‘New Scientist’ is duurzame energie tegen de verdrukking in bezig
met een opmars. In 2018 zal een kwart van de wereldwijde energieproductie
afkomstig zijn uit bronnen als waterkracht, windenergie en zonne-energie. En dat
met slechts sporadische steun van de overheid en een industrie die zijn
uiterste best doet om de wereld er van te overtuigen dat duurzame energie
onbetrouwbaar en duur is. Hoe zou het zijn als de overheden serieus werk zouden
maken van groene energie?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten