In artikel 3.6, eerste
lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening is de mogelijkheid opgenomen om
in een bestemmingsplan het College van burgemeester en wethouders de
bevoegdheid te geven een plan te wijzigen. Hierdoor kan de gemeenteraad niet
meer oordelen over deze wijzigingen. Met het bestaan van de
wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan mag de aanvaardbaarheid van de
nieuwe bestemming binnen het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking
heeft in beginsel als een gegeven worden beschouwd. Dit brengt met zich dat de
raad reeds bij de vaststelling van het plan moet hebben afgewogen of de
situatie die kan ontstaan door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid
planologisch aanvaardbaar is. Deze
bepaling maakt het mogelijk dat belangrijke wijzigingen zonder toetsing door de
gemeenteraad worden vastgesteld. Met het opnemen van wijzigingsbevoegdheden
kunnen planologische ontwikkelingen aanmerkelijk worden vereenvoudigd. Voor
omwonenden is deze bevoegdheid echter niet zonder gevaren.
Wijzigingsbevoegdheden
kunnen verstrekkende gevolgen hebben, maar bij het vaststellen van een
bestemmingsplan willen deze bepalingen nog weleens over het hoofd worden gezien.
Begrijpelijk want de gevolgen van die bevoegdheid zijn op het moment van
vaststelling niet te voorzien. Een kwaadwillend college (die bestaan natuurlijk
niet, maar je weet het maar nooit) zou op die manier een onwelgevallig
bouwproject kunnen wegmoffelen.Een wijzigingsbevoegdheid moet wel door voldoende objectieve normen worden begrensd, daarbij moet tevens worden aangetoond dat binnen de planperiode gebruik zal worden gemaakt van die bevoegdheid én dat die bovendien ook financieel haalbaar is. Indien niet aan deze vereisten wordt voldaan kan een wijzigingsbevoegdheid met succes worden aangevochten en worden vernietigd. Zie in dit verband bijvoorbeeld uitspraak 201208056/1/R1 van 6 maart. Maar dat moet dan wel direct bij de vaststelling van het bestemmingsplan waarin zij is opgenomen gebeuren. Als dat niet gebeurt, kan een gemeente zich in een later stadium beroepen op de formele rechtskracht van die bevoegdheid en de daarbij opgenomen voorwaarden. De rechter zal de desbetreffende wijziging dan nog maar zeer terughoudend toetsen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten