Nee, waarde lezer, dit wordt geen blog over de rechtstheoretische leer volgens welke het recht uitsluitend in de wet valt te vinden. De logisch positivisten zijn een groep filosofen, wetenschappers en kunstenaars die in het Wenen van het begin van de twintigste eeuw een filosofisch systeem ontwierpen waarbij alleen de dingen die zintuigelijk kunnen worden waargenomen als reëel worden beschouwd. Alleen zogenoemde ‘sense data’ zijn werkelijk. Dat wil zeggen alleen datgene wat in de onmiddellijke ervaring is gegeven is bestaand. Een zin als: ‘Dit is rood’ is echt, maar een zin als: ‘Dit is goed’ is geneuzel. Het idee dat alle kennis van de wereld is opgebouwd uit dergelijke elementaire empirische bouwstenen zou voorgoed een einde moeten maken aan alle speculatieve filosofie. De logisch positivisten wilden de filosofie voorgoed zuiveren van alle speculatieve, metafysische en religieuze prietpraat.
De Tweede Wereldoorlog was er de reden van dat deze betrekkelijk kleine groep, die ook wel de ‘Wiener Kreis’ werd genoemd, kon uitgroeien tot één van de belangrijkste filosofische stromingen van de twintigste eeuw. Het opkomend fascisme in de jaren dertig dwong deze geleerden en filosofen om Oostenrijk en Duitsland te ontvluchten. Ze kwamen terecht in gerenommeerde buitenlandse universiteiten en verspreidden zo hun filosofisch systeem over vooral de Angelsaksische wereld.
Het logisch positivisme is bekend geworden door zijn ‘verificatie beginsel’. Dit beginsel zegt dat uitspraken die over de werkelijkheid (lijken) te gaan alleen dan betekenis hebben als ze geverifieerd kunnen worden. Dat wil zeggen als we kunnen nagaan of ze waar of onwaar zijn. Als het principieel onmogelijk is om een uitspraak zoals ‘De ziel is onsterfelijk’ te verifiëren dan is een dergelijke uitspraak niet meer dan betekenisloos gewauwel. Als een uitspraak niet tot elementaire ervaringsgegevens kan worden teruggebracht (de sense data), en dus niet kan worden geverifieerd is het betekenisloze onzin. Met het verificatie beginsel wilden de logisch positivisten rigoureus schoon schip maken in de filosofie en wetenschappen. Alle onzin eruit alleen wat controleerbaar waar is mag blijven.
Naast uitspraken die over de wereld gaan en die dus waar of onwaar zijn op een grond van een bepaalde stand van zaken, bestaat er nog een andere soort betekenisvolle uitspraken. Namelijk uitspraken die waar of onwaar zijn op grond van de betekenis van de gebruikte termen of symbolen. Bijvoorbeeld de zin: ‘Alle vrijgezellen zijn ongetrouwd’. Deze zin is niet waar omdat we dat empirisch kunnen testen, maar omdat dat volgt uit de betekenis van de termen ‘vrijgezel’ en ‘ongetrouwd’. Een dergelijke uitspraak is per definitie waar. Dit soort uitspraken worden ‘analytisch’ genoemd. De eerdere uitspraken die iets over een toestand in de wereld zeggen worden ‘synthetisch’ genoemd. Het onderscheid is afkomstig van de Schotse filosoof Hume.
Analytische uitspraken zijn per definitie onafhankelijk van de ervaring waar, we weten van te voren, ‘a priori’, dat ze kloppen. De waarheid van synthetische uitspraken weten we alleen achteraf, ‘a posteriori’ door in de wereld te gaan kijken. Deze tweedeling, analytisch/a priori en synthetisch/a posteriori, die ook wel de vork van Hume wordt genoemd, ligt aan de basis van het logisch positivisme.
De achttiende-eeuwse Duitse filosoof Kant had een vork met drie tanden in gedachten. Volgens hem bestonden er ook synthetische ‘a priori’ uitspraken. Dat wil dus zeggen dat er volgens hem uitspraken over de wereld (synthetisch) bestaan die onafhankelijk van onze ervaring (a priori) toch onomstotelijk waar zijn. Het gaat daarbij om uitspraken die voorafgaan aan ervaring, uitspraken die noodzakelijk zijn om zelfs maar iets te kunnen ervaren. Bijvoorbeeld de uitspraak: ‘Alles wat gebeurt heeft een oorzaak’. Voor de logisch positivisten was dit vloeken in de kerk, maar een echt weerwoord tegen Kant hadden ze nou ook weer niet.
De doodssteek voor de logisch positivisten kwam echter van een andere Oostenrijker: Karl Popper. Popper had een aantal bijeenkomsten van de ‘Wiener Kreis’ bijgewoond, maar kon zich toch niet helemaal in hun systeem vinden. Hij kwam met een alternatief voor het ‘verificatie beginsel’ het ‘falsificatie beginsel. Volgens Popper is het kenmerk van echte wetenschappelijke kennis niet verifieerbaarheid, zoals de logisch positivisten meenden, maar falsifieerbaarheid of weerlegbaarheid. Als een uitspraak over de wereld niet kan botsten met de werkelijkheid dan levert die uitspraak ons geen echte kennis op. De feilbaarheid van onze kennis noodzaakt ons tot een kritische houding, aldus Popper, want de enige manier om vooruit te komen is door fouten in onze kennis op te sporen. Sinds Popper durft geen enkel zichzelf respecterend filosoof zich nog logisch positivist te noemen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten