Onder
belanghebbende wordt ingevolge artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht
verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Een
van de eisen, die aan een belanghebbende wordt gesteld, is dat het belang
objectief bepaalbaar is. Niet elke betrokkenheid die iemand ervaart, is
voldoende om te spreken van een rechtstreeks betrokken eigen belang. Tot nu toe
speelde de mate van hinder hierbij geen rol. Daar komt bij uitspraak 201504206/1/A4
van 16 maart jongstleden verandering in.
In deze
uitspraak wijzigt de Afdeling haar rechtspraak over de kring van
belanghebbenden bij ‘milieuomgevingsvergunningen’. De Afdeling ziet voortaan “uit
een oogpunt van eenvormige toepassing van artikel 1:2 van de Awb” aanleiding om
bij de bepaling van de belanghebbendheid bij milieuomgevingsvergunningen aan te
sluiten bij de rechtspraak over de belanghebbendheid bij
evenementenvergunningen voor popfestivals en besluiten omtrent de vaststelling
van een bestemmingsplan. In die rechtspraak had de Afdeling duidelijk gemaakt
dat de betrokkene aannemelijk moet maken dat hij, naar objectieve maatstaven
gemeten, hinder van enige betekenis ondervindt. De Afdeling meent thans, dat er
geen reden is om een onderscheid te maken bij de bepaling van de kring van
belanghebbenden indien het gaat om de gevolgen van het verlenen van een
evenementenvergunning, de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen
van een milieuomgevingsvergunning. Dit betekent, dat voor de belanghebbendheid
bij een milieuomgevingsvergunning voortaan aannemelijk moet zijn, dat ter
plaatse van de woning of het perceel van de betrokkene gevolgen van enige
betekenis kunnen worden ondervonden. Daarmee wordt de kring van belanghebbenden
bij een milieuomgevingsvergunning nog weer verder beperkt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten