woensdag 6 april 2016

BELANGHEBBENDHEID EN HINDER VAN ENIGE BETEKENIS

Onder belanghebbende wordt ingevolge artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Een van de eisen, die aan een belanghebbende wordt gesteld, is dat het belang objectief bepaalbaar is. Niet elke betrokkenheid die iemand ervaart, is voldoende om te spreken van een rechtstreeks betrokken eigen belang. Tot nu toe speelde de mate van hinder hierbij geen rol. Daar komt bij uitspraak 201504206/1/A4 van 16 maart jongstleden verandering in.

In deze uitspraak wijzigt de Afdeling haar rechtspraak over de kring van belanghebbenden bij ‘milieuomgevingsvergunningen’. De Afdeling ziet voortaan “uit een oogpunt van eenvormige toepassing van artikel 1:2 van de Awb” aanleiding om bij de bepaling van de belanghebbendheid bij milieuomgevingsvergunningen aan te sluiten bij de rechtspraak over de belanghebbendheid bij evenementenvergunningen voor popfestivals en besluiten omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan. In die rechtspraak had de Afdeling duidelijk gemaakt dat de betrokkene aannemelijk moet maken dat hij, naar objectieve maatstaven gemeten, hinder van enige betekenis ondervindt. De Afdeling meent thans, dat er geen reden is om een onderscheid te maken bij de bepaling van de kring van belanghebbenden indien het gaat om de gevolgen van het verlenen van een evenementenvergunning, de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een milieuomgevingsvergunning. Dit betekent, dat voor de belanghebbendheid bij een milieuomgevingsvergunning voortaan aannemelijk moet zijn, dat ter plaatse van de woning of het perceel van de betrokkene gevolgen van enige betekenis kunnen worden ondervonden. Daarmee wordt de kring van belanghebbenden bij een milieuomgevingsvergunning nog weer verder beperkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten