Bij uitspraak van 2 mei 2018 (ABRvS, 2 mei 2018
ECLI: NL:RVS:2018:1449) heeft de grote kamer van de Raad van State bepaald dat
een bestuurlijke waarschuwing als onderdeel van een wettelijk sanctieregime een
besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht (hierna: Awb). Dat betekent dat er voortaan rechtsbescherming in
de zin van artikel 8:1 en 7:1 van de Awb bij de bestuursrechter openstaat tegen
een bestuurlijke waarschuwing. Dit gaat nogal ver en is ook dogmatisch niet
helemaal in de haak. Het is dan ook niet vreemd dat de zaak krachtens artikel
8:10a, vierde lid, Awb naar de grote kamer is verwezen. Deze grote kamer is een
kamer van vijf rechters, die alleen bijeen kan worden geroepen door de Afdeling
bestuursrechtspraak, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor
het bedrijfsleven en dus bijvoorbeeld niet door de Hoge Raad. Het is echter wel
mogelijk een raadsheer van de Hoge Raad uit te nodigen in de grote kamer
zitting te nemen. In deze controversiële zaak is dat dan ook gedaan en bestond
de grote kamer uit rechters uit alle genoemde hoogste rechtscolleges.
Voor het antwoord op de vraag of een bestuurlijke
waarschuwing als een besluit kan worden aangemerkt, werd tot nog toe alleen gekeken
of een wettelijk voorschrift aan een bestuurlijke waarschuwing enig
rechtsgevolg verbond. Daarvan was sprake als aan de belanghebbende een rechtens
verbindende verplichting werd opgelegd, hem enig recht werd onthouden of dat
een bestuurlijke waarschuwing hem anderszins direct raakte in zijn rechtspositie,
zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij het geven van een bestuurlijke
waarschuwing als disciplinaire maatregel. Dat betekent dat een bestuurlijke waarschuwing
bijna nooit als een besluit werd gezien, omdat bij het opleggen van een
bestuurlijke sanctie na het constateren van een volgende overtreding bijna
altijd nog een aparte belangenafweging moet plaatsvinden.
Met deze uitspraak is daar verandering in gekomen en voortaan
wordt een bestuurlijke waarschuwing wel als een besluit aangemerkt. Hoe motiveert
de Afdeling deze ommezwaai? Van de elementen waaruit het besluitbegrip is
opgebouwd, te weten: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan,
inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling, ligt de nadruk op het begrip
‘rechtshandeling’. Bij dit begrip moet volgens de parlementaire geschiedenis
van artikel 1:3 Awb aangesloten worden bij het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW),
meer precies bij Titel 2 van Boek 3. In artikel 3:33 BW is het volgende
bepaald: ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die
zich door een verklaring heeft geopenbaard.’ In de rechtspraak wordt dit
doorgaans omschreven als een beslissing die bedoeld is om een bevoegdheid,
recht of verplichting voor één of meer anderen te doen ontstaan of teniet te
doen, dan wel om de juridische status van een persoon of een zaak vast te
stellen. Het rechtsgevolg waarop een rechtshandeling is gericht dient van die
rechtshandeling afhankelijk te zijn; is een rechtsgevolg niet afhankelijk van
een rechtshandeling, maar vloeit het rechtsgevolg voort uit het positieve
recht, dan is er geen sprake van een rechtshandeling en dus evenmin van een
besluit.
Voor het antwoord op de vraag of een bestuurlijke waarschuwing gebaseerd op een wettelijk voorschrift een besluit is, was het dus beslissend of een wettelijk voorschrift aan een bestuurlijke waarschuwing enig rechtsgevolg verbond. Dat was in de onderhavig zaak echter niet het geval. Het ging om een overtreding van beschermingsvoorschriften bij de verwijdering van asbest. Het betreffende bestuursorgaan had met toepassing van artikel 28a, eerste lid, Arbeidsomstandighedenwet het bedrijf gewaarschuwd dat, bij herhaling van dezelfde of een soortgelijke overtreding, kon worden besloten om te bevelen de werkzaamheden te staken. Deze bestuurlijke waarschuwing is op een wettelijk voorschrift gebaseerd en is een voorwaarde voor de toepassing van de bevoegdheid om een bevel tot stillegging te geven. De waarschuwing is dus een onontbeerlijk en noodzakelijk onderdeel van het van toepassing zijnde sanctieregime.
De grote kamer kwam tot de conclusie dat dergelijke
waarschuwingen juist daarom als een besluit moeten worden aangemerkt. De
waarschuwing is een voorwaarde (een ‘conditio sine qua non’) om bij een
volgende overtreding een bestuurlijke sanctie te kunnen opleggen. Let wel het
gaat in deze uitspraak uitsluitend om op een wettelijke voorschrift gebaseerde
waarschuwingen en niet om andere bestuurlijke waarschuwingen. De Afdeling overweegt
in deze zaak als volgt: ‘Hierbij is, anders dan zou kunnen worden afgeleid uit
de uitspraak van de Afdeling van 16 november 2011, niet van belang of bij
het opleggen van de sanctie nog een belangenafweging moet plaatsvinden. Het
bestaan van de waarschuwing is immers hoe dan ook een toepassingsvoorwaarde
voor de uitoefening van de sanctiebevoegdheid. De waarschuwing heeft binnen het
sanctieregime rechtsgevolg omdat hiermee een bevoegdheid wordt ontsloten die er
anders niet zou zijn, namelijk de bevoegdheid om bij een volgende overtreding
een bestuurlijke sanctie op te leggen die zonder de waarschuwing niet tot de
mogelijkheden zou behoren. De waarschuwing zorgt dus in die zin voor een
wijziging van de rechtspositie van belanghebbende, dat bij toekomstige
vergelijkbare overtredingen een andere sanctie kan worden opgelegd.’ De
bestuurlijke waarschuwing van artikel 28a, eerste lid, Arbeidsomstandighedenwet
is daarom een besluit, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.
Zoals al aangekondigd valt hier dogmatisch nog wel het één
en ander op af te dingen. Het feit dat een handeling een voorwaarde is maakt
nog niet dat zij ook een rechtshandeling is. Zo is op grond van artikel 3:40
Awb de bekendmaking van een besluit een voorwaarde voor de inwerkingtreding van
dat besluit. Het is vast niet de bedoeling dat die bekendmaking voortaan als
een rechtshandeling en dus als een besluit moet worden aangemerkt. Deze
dogmatische tekortkomingen staan er natuurlijk niet aan in de weg dat deze
uitspraak wel tot een uitbreiding van de rechtsbeschermingsmogelijkheden leidt
en dat valt in een tijd van afnemende rechtsbescherming alleen maar toe te
juichen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten