maandag 24 november 2014

NATUURBESCHERMING IN DE OMGEVINGSVERGUNNING

De  nieuwe Natuurbeschermingswet is nog niet eens door het parlement aanvaard maar het is nu al duidelijk dat deze wet na een kort zelfstandig bestaan in de Omgevingswet zal worden geïntegreerd. Dat het natuurbeschermingsrecht nog niet in het wetsvoorstel voor een Omgevingswet is opgenomen, betekent niet dat er niets is opgenomen. Het wetsvoorstel bevat nu al een aantal bepalingen over de natuurbescherming. De toekomstige Omgevingswet gaat over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en deze fysieke leefomgeving omvat (ook) natuur (artikel 1.2 lid 2, onder h). Hieronder wordt een schets gegeven van het natuurbeschermingsrecht dat nu al in het wetsvoorstel is opgenomen.

Een omgevingsvergunning voor een Natura 2000 gebied
Onder de volgende voorwaarden is een omgevingsvergunning voor een Natura 2000- en Flora- en fauna-activiteit vereist: Uit de definities van bijlage 1 van de Omgevingswet blijkt dat er sprake moet zijn van een activiteit waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming een ontheffingen- of vergunningenregime geldt. En er moet sprake zijn van een samenloop van een Natura 2000- of flora- en fauna-activiteit met één of meer ‘andere’ omgevingsvergunningplichtige activiteiten. Als er niet zo'n samenloop is (bijvoorbeeld in het geval van een bouwvergunningsvrije activiteit) dan is voor die Natura 2000-activiteit of een flora- en fauna-activiteit geen omgevingsvergunning, maar een afzonderlijke vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist (artikel 5.1, lid 3, Omgevingswet).

Het beheerplan
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden zal in de Omgevingswet worden verankerd in de artikelen 3.7 en 3.8. Met de beheerplannen worden de doelstellingen voor instandhouding van habitats en soorten in Natura 2000-gebieden uitgewerkt. De Minister van Economische Zaken zal verantwoordelijk blijven voor het vaststellen van de aanwijzingsbesluiten per Natura 2000-gebied. De procedure voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden is vooralsnog in de Wet natuurbescherming opgenomen en zal nog worden overgeheveld naar de Omgevingswet. In een aanwijzingsbesluit wordt aangegeven hoe elk gebied moet bijdragen aan het bereiken van de landelijke doelstellingen. Vervolgens moeten gedeputeerde staten beheerplannen vaststellen (artikel 3.7 Omgevingswet). In de beheerplannen wordt per gebied uitgewerkt hoe deze doelen uit het aanwijzingsbesluit worden gerealiseerd. Het beheerplan kan (zoals nu ook het geval is) het karakter van een vrijstelling hebben: activiteiten, waarvan in het beheerplan is aangegeven dat zij in overeenstemming zijn met de instandhoudingsdoelstellingen vallen niet langer onder de vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Aan het beheerplan is een uitvoeringsplicht gekoppeld (artikel 3.17, lid 3).

Het Natuurnetwerk Nederland
Ook voor de Ecologische Hoofdstructuur die voortaan Natuurnetwerk Nederland moet gaan heten is iets in de Omgevingswet geregeld. Het netwerk zal moeten worden beschermd door het omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan geregeld in artikel 1.2, lid 2, Omgevingswet), de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.6 Omgevingswet), de omgevingsvergunning en door eventuele instructieregels (afdeling 2.5 van de Omgevingswet) van de provincie en het Rijk.

De instructieregels
Om rijks- of provinciale belangen te kunnen beschermen, bevat de Omgevingswet de mogelijkheid voor het Rijk en de provincie om instructieregels vast te stellen. Het Rijk is zelfs verplicht om inhoudelijke instructieregels vast te stellen over de vast te stellen programma’s van decentrale overheden met betrekking tot de natuurbescherming, in het bijzonder ter uitvoering van de Habitat- en Vogelrichtlijn (artikel 2.26, lid 3, onder b en h). Daarnaast wordt de natuurbescherming ook als een voorbeeld van een provinciaal belang genoemd. Voor de bescherming van Natuurnetwerk Nederland kan de provincie zowel instructieregels (artikel 2.22) als beoordelingsregels voor aanvragen om omgevingsvergunningen (artikel 5.18, lid 2) geven. Provinciale staten kunnen in de omgevingsverordening beschermende instructieregels opnemen die beperkingen bevatten over de bevoegdheid van de gemeenteraad om het omgevingsplan vast te stellen, bijvoorbeeld dat het omgevingsplan geen activiteiten mogelijk maakt die het natuurnetwerk aantasten. Ten slotte bevat de Omgevingswet de verplichting om beoordelingsregels voor de aanvraag om een Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit vast te stellen (artikel 5.28 jo. 5.17). De beoordelingsregels vormen het toetsingskader om aanvragen te verlenen of weigeren. Deze regels zullen de regels zijn die gelden bij ‘losse’ aanvragen voor deze activiteiten op grond van de Wet natuurbescherming en nu nog de Natuurbeschermingswet 1998 en Flora- en faunawet. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor ‘afwijkactiviteiten’ (dat zijn activiteiten die afwijken van het omgevingsplan) kan de provinciale omgevingsverordening ook beoordelingsregels bevatten.

De omgevingsvisie
In de toekomstige Wet natuurbescherming is een verplichting opgenomen voor de Minister van Economische Zaken om een natuurvisie op te stellen. De Omgevingswet kent een zogenoemde omgevingsvisie. Het is de  bedoeling dat onderdelen van de natuurvisie die van belang zijn voor de kwaliteit en het beheer van de fysieke leefomgeving onderdeel gaan uitmaken van de omgevingsvisie.

De programmatische aanpak stikstof (PAS)
De Omgevingswet kent een generieke regeling voor de zogenaamde programmatische aanpak. De programmatische aanpak is bedoeld om nieuwe (economische) activiteiten die tegen milieugrenzen aanlopen toch mogelijk te maken. De potentiële reikwijdte van dit vooral uit economische overwegingen in het leven geroepen instrument zal dus worden verbreedt tot de gehele fysieke leefomgeving. Op dit moment kent het natuurbeschermingsrecht al de programmatische aanpak stikstof (PAS). 

Tot slot
Dit verhaal staat voor een belangrijk deel nog op losse schroeven. Veel is nog niet bekend. De nieuwe Natuurbeschermingswet is nog niet door het parlement aangenomen en pas op het moment dat deze in werking treedt zal begonnen worden met het integreren daarvan in de Omgevingswet. Een Omgevingswet waarvan ook nog niet alles vast staat. Zo moet er nog een hoop worden uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur die nog niet bestaat. Kortom een hoop onduidelijkheid, maar ik vond het toch de moeite waard om al eens een paar dingen op een (voorlopig) rijtje te zetten.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten